ECLI:NL:RBMNE:2016:3338
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- L.E. Verschoor-Bergsma
- P. Bender
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar zaak zou behandelen, omdat zij geen reactie had ontvangen op haar verzoeken om bepaalde getuigen te dagvaarden. Zij vreesde hierdoor vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op basis van artikel 512 Sv Pro en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarbij onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De kamer oordeelde dat het uitblijven van een reactie op de dagvaardingsverzoeken geen objectieve grond is voor vrees voor vooringenomenheid.
Omdat de zaak nog niet inhoudelijk was behandeld en nog geen rechterlijke bemoeienis had plaatsgevonden, was er geen reden om aan te nemen dat de rechter onpartijdig zou zijn. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting. De procedure werd voortgezet in de stand waarin deze was opgeschort.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting.