ECLI:NL:RBMNE:2016:2691
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beperking nachtelijke openingstijden Amsterdamsestraatweg Utrecht
De burgemeester van Utrecht heeft besloten de openingstijden van horecabedrijven en dienstverlenende bedrijven in het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg te beperken om de aanhoudende overlast en de druk op het woon- en leefklimaat te verminderen. Verzoekers, ondernemers in dit gebied, hebben bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om deze beperkingen te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg een aantrekkende werking heeft op overlastgevers, mede door de nachtelijke openingstijden van de bedrijven. Uit klachten en meldingen blijkt dat overlast zoals geluid, afval en hinder door bezoekers vooral in dit gebied voorkomt. Hoewel verzoekers stellen dat de overlast zich mogelijk verplaatst en dat er onvoldoende bewijs is dat de overlast door nachtelijke openingstijden wordt veroorzaakt, wordt dit door de voorzieningenrechter niet als doorslaggevend gezien.
De voorzieningenrechter erkent dat de maatregel hard is en ook bedrijven treft die geen overlast veroorzaken, maar stelt dat eerdere maatregelen onvoldoende waren en dat een intensivering van handhaving niet realistisch is. De ondernemers die verzoeken hebben niet voldoende bewijs geleverd van hun economische schade. De maatregel wordt niet onredelijk geacht en de voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tegen de beperking van nachtelijke openingstijden op de Amsterdamsestraatweg wordt afgewezen.