Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Ten aanzien van de benadeelde partijen
6.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan hetgeen hem ten laste is gelegd.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 21 september 2011 en 12 april 2016 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van verduistering en valsheid in geschrifte in de periode van november 2007 tot en met november 2008 te Utrecht en Odijk. Verdachte werd beschuldigd van het wederrechtelijk toe-eigenen van geldbedragen van een bedrijf waarvoor hij werkte, alsmede het vervalsen van transactieoverzichten.
Tijdens de zittingen verscheen verdachte slechts bij de eerste zitting en werd toen bijgestaan door een advocaat. Bij de tweede zitting was verdachte afwezig en had zijn raadsman zich teruggetrokken. De officier van justitie vorderde integrale vrijspraak vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs.
De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens verklaarde zij de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk, aangezien geen straf of maatregel was opgelegd. De kosten van verdachte werden begroot op nihil en de benadeelde partijen werden veroordeeld in de kosten van verdachte tot nu toe gemaakt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verduistering en valsheid in geschrifte wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs.