ECLI:NL:RBMNE:2016:2351
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Haeck
- R.C.J. Hamming
- K.G. van de Streek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van medeplegen poging snelkraak en opzetheling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 22 april 2016 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van een poging snelkraak en opzetheling van gestolen auto's en kentekenplaten. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 13 maanden.
Tijdens de zittingen op 5 en 8 april 2016 werd vastgesteld dat verdachte aanwezig was bij de poging tot inbraak en zich in een van de vluchtauto's bevond. Er werden onder meer inbrekerswerktuigen en glasresten aangetroffen, en een schoenspoor kwam overeen met een medeverdachte. Echter, er ontbrak bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking die vereist is voor medeplegen.
De verdediging stelde dat niet duidelijk was wie welke rol had en dat er geen bewijs was dat verdachte in een van de auto's zat. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte aanwezig was, er onvoldoende bewijs was voor medeplegen of kennis van de herkomst van de gestolen goederen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen poging snelkraak en opzetheling.