ECLI:NL:RBMNE:2016:2217
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking standplaatsvergunningen wegens niet-naleving aanwezigheidsplicht
Verzoeker, eigenaar van een eenmanszaak, had twee standplaatsvergunningen voor de verkoop van visproducten op locaties in Dronten. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Dronten, trok deze vergunningen in nadat toezichthouders constateerden dat verzoeker op meerdere dagen niet persoonlijk aanwezig was op de standplaatsen, wat een voorwaarde is verbonden aan de vergunningen.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting verscheen verzoeker niet, maar verweerder werd vertegenwoordigd. Verzoeker reageerde niet op de gelegenheid tot nadere reactie, terwijl verweerder wel reageerde. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de brief over het voornemen tot intrekking correct was verzonden.
Verzoeker voerde aan dat hij afwezig was vanwege verbouwing en verhuizing en dat hij dit had gemeld aan de marktmeester, maar dit voldeed niet aan de schriftelijke meldingsplicht aan de gemeente zoals voorgeschreven. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker niet had voldaan aan de verplichting om de standplaats persoonlijk in te nemen en dat de intrekking van de vergunningen in redelijkheid was gebeurd.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de standplaatsvergunningen wordt afgewezen.