Uitspraak
HET ONDERZOEK
DE TENLAST
ELEGGING
DE VOORVRAGEN
DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN
DE BENADEELDE PARTIJ
BESLISSING
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen een 21-jarige verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens een vrouw op 27 september 2015 in Almere. De officier van justitie vorderde een veroordeling op basis van verklaringen, camerabeelden en het gedrag van verdachte. De verdachte ontkende ontucht en gaf aan slechts een poging tot een zoen te hebben gedaan.
Tijdens de terechtzitting, waarbij verdachte niet aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman, werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd was. De bewijsmiddelen bestonden uit het informatieve gesprek, de aangifte van het slachtoffer, een getuigenverklaring, camerabeelden en de verklaring van verdachte zelf.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van verdachte weliswaar vervelend en ongepast was, maar niet kwalificeerde als ontuchtig. De camerabeelden toonden aan dat een andere jongen het slachtoffer op de billen sloeg, en verdachte kon niet als medepleger worden aangemerkt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €400,- gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen.