Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 februari 2015
- de conclusie van antwoord in het incident
- het proces-verbaal van comparitie van 28 mei 2015.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser was sinds 1974 in dienst van Philips Duphar, later Solvay Duphar, en werd vanaf 1987 volledig arbeidsongeschikt door blootstelling aan schadelijke chemische stoffen tijdens zijn werk. Hij stelde Solvay Duphar aansprakelijk voor materiële en immateriële schade op grond van artikel 7:658 BW Pro.
Eiser vorderde onder meer vergoeding van schade en voorschotten, stellende dat Solvay Duphar tekort was geschoten in het nemen van beschermende maatregelen. Solvay Duphar voerde verweer met een beroep op verjaring, stellende dat eiser al in 1997 bekend was met de diagnose organisch psychosyndroom en daarmee ook met de aansprakelijkheid.
De kantonrechter oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar was aangevangen in juni 1997, toen de gemachtigde van eiser op de hoogte was van de diagnose en oorzaak. Omdat de aansprakelijkstelling pas in 2005 plaatsvond, was de vordering verjaard. De incidentele vordering werd niet behandeld omdat de voorwaarde niet was vervuld.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde eiser tot betaling van proceskosten aan Solvay Duphar.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens verjaring van de aansprakelijkheid van Solvay Duphar.