ECLI:NL:RBMNE:2015:7931
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid ongegrond verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele procedure, stellende dat de rechter partijdig was door het toelaten van stukken van de eisende partij tijdens de zitting zonder dat verzoeker deze had ontvangen, het onvolledig proces-verbaal en een onjuiste bejegening.
De rechter betwistte deze beschuldigingen en lichtte toe dat de stukken alsnog aan verzoeker waren getoond, de procedure werd geschorst om verzoeker in de gelegenheid te stellen te reageren, en dat het proces-verbaal een samenvatting betrof conform de gangbare praktijk. Ook ontkende de rechter dat verzoeker verboden was nadere stukken in te brengen.
De wrakingskamer oordeelde dat een verschil van inzicht over een procedurele beslissing niet leidt tot een gegronde vrees voor partijdigheid, zeker niet wanneer de rechter het verweer serieus heeft genomen en hoor en wederhoor heeft toegepast. Het ontbreken van een woordelijk proces-verbaal en de vermeende onjuiste bejegening konden geen aanleiding geven tot wraking.
Daarmee werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en de procedure voortgezet in de stand waarin deze was opgeschort. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.