Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 juni 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 4 september 2015.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
600,00(2,0 punten × tarief € 300,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De curator in het faillissement van een vennootschap vordert betaling van €18.000 wegens niet-nakoming van de volstortingsplicht op aandelen door de gedaagde. De gedaagde had €19.000 overgemaakt naar een bankrekening van de vennootschap, maar kort daarna werd dit bedrag teruggeboekt. De vennootschap werd opgericht met een bankverklaring dat de storting had plaatsgevonden.
Gedaagde voert tegenverweren aan dat hij de aandelen aan een derde heeft verkocht en dat hij inventaris aan de vennootschap heeft verkocht, maar levert geen bewijs daarvoor. De jaarrekening en andere stukken ondersteunen deze stellingen niet. De rechtbank stelt vast dat gedaagde zijn volstortingsplicht niet is nagekomen omdat het bedrag niet daadwerkelijk ter beschikking van de vennootschap is gesteld.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van €18.000 toe, inclusief wettelijke rente vanaf 5 februari 2015. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten van €1.155,55 toegewezen, evenals proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €18.000 met rente, incassokosten en proceskosten wegens niet-nakoming volstortingsplicht.