Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
op tegenspraakgewezen op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft de verdachte op 18 september 2015 veroordeeld voor het opzettelijk bereiden en bewerken van henneptoppen, het nabootsen en bezit van een pistool, en het witwassen van contant geld en een auto. De straf bestaat uit een taakstraf van 200 uur en verbeurdverklaring van een geldbedrag en een auto.
De officier van justitie had een ontnemingsvordering ingediend wegens vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit de duivensport, waarbij inkomsten niet zouden zijn aangegeven bij de belastingdienst. De verdediging betoogde dat de inkomsten legaal waren en niet afkomstig uit misdrijf.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verdachte niet aan zijn aangifteplicht had voldaan, er onvoldoende bewijs was dat het voordeel uit strafbare feiten kwam. De ontnemingsvordering werd daarom afgewezen. De veroordeling bleef beperkt tot de strafbare feiten zoals vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur taakstraf en verbeurdverklaring; ontnemingsvordering afgewezen.