Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Hoofdsom
1788,00(2,0 punt × tarief € 894,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De Ontvanger van de Belastingdienst betaalde op 24 juni 2014 onverschuldigd een bedrag van €80.231,- aan gedaagde. Na een verzoek tot terugbetaling dat niet werd nagekomen, startte de Ontvanger een procedure om dit bedrag, vermeerderd met rente en kosten, terug te vorderen.
Gedaagde erkende de onverschuldigde betaling en de terugbetalingsverplichting, maar stelde dat hij het bedrag had gebruikt voor schuldenaflossing en slechts €50 per maand kon terugbetalen. De rechtbank oordeelde dat dit het recht op terugvordering niet aantastte en kende de hoofdsom met wettelijke rente toe.
De Ontvanger vorderde ook beslagkosten, die de rechtbank toewijsbaar achtte omdat het beslag niet onnodig was. Gedaagde voerde aan dat hij niet over het bedrag beschikte en het beslag nutteloos was, maar dit werd verworpen.
Gedaagde stelde dat proceskosten gecompenseerd moesten worden omdat beide partijen onbewust de situatie hadden laten ontstaan. De rechtbank vond dit ongeloofwaardig en veroordeelde gedaagde tot betaling van de proceskosten.
Het vonnis veroordeelt gedaagde tot betaling van €80.231,- met rente, beslagkosten van €1.522,- en proceskosten van €3.712,-, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €80.231,- met rente, beslagkosten en proceskosten.