ECLI:NL:RBMNE:2015:6656

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 oktober 2015
Publicatiedatum
10 september 2015
Zaaknummer
C/16/388067 / HA ZA 15-234
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering onverschuldigde betaling door Belastingdienst en kostenveroordeling

De Ontvanger van de Belastingdienst betaalde op 24 juni 2014 onverschuldigd een bedrag van €80.231,- aan gedaagde. Na een verzoek tot terugbetaling dat niet werd nagekomen, startte de Ontvanger een procedure om dit bedrag, vermeerderd met rente en kosten, terug te vorderen.

Gedaagde erkende de onverschuldigde betaling en de terugbetalingsverplichting, maar stelde dat hij het bedrag had gebruikt voor schuldenaflossing en slechts €50 per maand kon terugbetalen. De rechtbank oordeelde dat dit het recht op terugvordering niet aantastte en kende de hoofdsom met wettelijke rente toe.

De Ontvanger vorderde ook beslagkosten, die de rechtbank toewijsbaar achtte omdat het beslag niet onnodig was. Gedaagde voerde aan dat hij niet over het bedrag beschikte en het beslag nutteloos was, maar dit werd verworpen.

Gedaagde stelde dat proceskosten gecompenseerd moesten worden omdat beide partijen onbewust de situatie hadden laten ontstaan. De rechtbank vond dit ongeloofwaardig en veroordeelde gedaagde tot betaling van de proceskosten.

Het vonnis veroordeelt gedaagde tot betaling van €80.231,- met rente, beslagkosten van €1.522,- en proceskosten van €3.712,-, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €80.231,- met rente, beslagkosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/388067 / HA ZA 15-234
Vonnis van 14 oktober 2015
in de zaak van
De publiekrechtelijke rechtspersoon
ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/SEMI MASSALE PROCESSEN,
mede kantoorhoudende te Leeuwarden,
eiser,
advocaat mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. G. Hagens te Berghem.
Partijen zullen hierna de Ontvanger en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 24 juni 2014 heeft de Ontvanger een bedrag van € 80.231,-- aan [gedaagde] voldaan, zonder dat hij recht had op dat bedrag.
2.2.
De Ontvanger heeft [gedaagde] bij brief van 8 juli 2014 verzocht het bedrag van
€ 80.231,-- uiterlijk op 22 juli 2014 terug te betalen.
2.3.
[gedaagde] heeft het bedrag van € 80.231,-- niet terugbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De Ontvanger vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 80.231,--, vermeerderd met rente en kosten waaronder de kosten van het gelegde conservatoire beslag.
3.2.
[gedaagde] voert verweer tegen de veroordeling in de proceskosten en de kosten van het beslag.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Hoofdsom

4.1.
[gedaagde] erkent dat het bedrag van € 80.231,-- onverschuldigd aan hem is voldaan, en ook dat dit bedrag door hem moet worden terugbetaald. Hij stelt dat terugbetaling niet mogelijk is, omdat het gehele bedrag door hem is gebruikt voor het aflossen van schulden, en zijn inkomen niet toereikend is om het bedrag binnen een reële termijn terug te betalen. Hij zou naar eigen zeggen maximaal € 50,-- per maand kunnen terugbetalen. [gedaagde] erkent daarbij echter wel dat dit niets afdoet aan de toewijsbaarheid van de vordering van de Ontvanger.
4.2.
De rechtbank overweegt dat dit deel van de vordering van de Ontvanger gelet op de erkenning door [gedaagde] kan worden toegewezen, vermeerderd met de eveneens niet betwiste wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juli 2014.
Beslagkosten
4.3.
De Ontvanger vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. [gedaagde] stelt dat dit deel van de vordering moet worden afgewezen, omdat het de Ontvanger ten tijde van de beslaglegging al volstrekt duidelijk was dat hij niet meer over bovengenoemd bedrag beschikte. Gelet op het inkomen van [gedaagde] (€ 850,- bruto per maand) en zijn schulden aan de belastingdienst, sprak het ook voor zich dat een beslag op de betaalrekening volstrekt nutteloos zou zijn, aldus [gedaagde] .
4.4.
De rechtbank overweegt dat er geen sprake is van onnodig beslag. De Ontvanger stelt terecht dat hij niet kon uitsluiten dat de betaalrekening een positief saldo zou hebben.
Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro dan ook toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 628,00 voor verschotten en € 894,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 894,00).
Proceskosten
4.5.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de proceskosten gecompenseerd moeten worden. Hij voert daartoe aan dat hij slechts het totale bedrag op zijn rekening heeft zien staan, en niet de oorsprong van dit bedrag. Hij was in de veronderstelling dat hij de loterij had gewonnen, en heeft het geld naar zijn zeggen te goeder trouw gebruikt voor het aflossen van schulden. Hij betreurt deze situatie en heeft dan ook een afbetalingsvoorstel gedaan aan de Ontvanger. Bovendien is het aan de Ontvanger zelf te wijten dat het geld is overgemaakt. Omdat partijen deze situatie beide onbewust hebben laten ontstaan, dient ieder de eigen kosten te dragen, aldus [gedaagde] .
4.6.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de proceskosten te compenseren. De rechtbank acht het ongeloofwaardig dat [gedaagde] wel heeft gezien dat zijn saldo was toegenomen, maar dat hij niet heeft gezien welke instantie het geld had overgemaakt. Weliswaar heeft de Ontvanger een fout gemaakt, maar dat neemt niet weg dat [gedaagde] dit geld niet had mogen uitgeven. Door dit wel te doen is hij zelf volledig verantwoordelijk voor de ontstane situatie. Ook het feit dat [gedaagde] een betalingsregeling heeft voorgesteld, staat in de gegeven omstandigheden niet aan een proceskostenveroordeling in de weg.
4.7.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ontvanger worden begroot op:
- dagvaarding € 15,00
- griffierecht 1.909,00
- salaris advocaat
1788,00(2,0 punt × tarief € 894,00)
Totaal € 3.712,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ontvanger te betalen een bedrag van € 80.231,00 (tachtig duizendtweehonderdéénendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 22 juli 2014 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.522,00,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Ontvanger tot op heden begroot op € 3.712,00,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015. [1]

Voetnoten

1.type: LdW/878