Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Gaastra.
Rechtbank Midden-Nederland
Werknemer trad in 2006 in dienst bij Gaastra en was laatstelijk internationaal rayonmanager met een salaris van €3.242 bruto per maand. Hij registreerde structureel bijna alle zondagen 9 à 10 uur als gewerkt in het urenregistratiesysteem, terwijl hij niet fysiek aanwezig was in de winkels te Roermond en Lelystad. Deze uren werden met 200% uitbetaald. De afspraken over deze zondagsregeling waren niet schriftelijk vastgelegd en er bestond onduidelijkheid over de toepassing op buitenlandse filialen.
Gaastra schakelde een recherchebureau in dat verklaarde dat werknemer slechts sporadisch op zondag aanwezig was in genoemde winkels. Werknemer stelde dat hij ook uren in buitenlandse filialen mocht registreren, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Hij had als leidinggevende zelf zijn uren geaccordeerd, waardoor Gaastra ervan uitging dat hij de uren correct had opgegeven.
De kantonrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat werknemer de uren niet daadwerkelijk heeft gewerkt en dat het ontslag op staande voet daarom ook in een bodemprocedure stand zal houden. Hoewel werknemer beperkte bewijsvoering kon leveren wegens ontoegankelijkheid van zijn zakelijke e-mailaccount, weegt dit niet op tegen het onverklaarbare verschil in uren en zijn positie binnen de organisatie.
De vordering van werknemer tot loonbetaling en toelating tot werkplek wordt afgewezen. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. Het tweede ontslag op staande voet wegens vermeende fraude behoeft geen bespreking in dit kort geding.
Uitkomst: De vordering van werknemer wordt afgewezen en het ontslag op staande voet wordt voorlopig als rechtsgeldig beschouwd.