ECLI:NL:RBMNE:2015:5580
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing vakantieregeling door gezinsvoogd
De vader verzocht de rechtbank om een schriftelijke aanwijzing van de gezinsvoogd (GI) van 3 juli 2015, waarin een vakantieregeling voor zijn drie minderjarige kinderen was vastgesteld, vervallen te verklaren. De GI had deze aanwijzing gegeven omdat de ouders niet tot een werkbare vakantieafspraak konden komen, mede vanwege de nieuwe baan van de moeder en het ontbreken van werkbeperkingen bij de vader.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de GI de vakantie had verdeeld in drie delen, waarbij de kinderen in de eerste week bij de moeder waren, daarna drie weken bij de vader en de laatste weken weer bij de moeder. De vader voerde aan dat er onvoldoende overleg was geweest en dat hij praktische problemen ondervond, zoals het niet beschikbaar zijn van een auto en het missen van belangrijke momenten met de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing een zorgvuldig voorbereid besluit is dat het belang van de kinderen dient. De GI heeft een discretionaire bevoegdheid en heeft terecht aansluiting gezocht bij de vakantie van de moeder, gezien haar beperkte mogelijkheden en de werkloosheid van de vader. Het verzoek van de vader werd afgewezen omdat het vervallen verklaren van de aanwijzing zou leiden tot onduidelijkheid en onzekerheid voor de kinderen.
De rechtbank gaf de ouders tevens het advies om in de toekomst tijdig overleg te voeren over vakantieregelingen om dergelijke conflicten te voorkomen. De schriftelijke aanwijzing blijft van kracht en de vader moet zich hieraan houden.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om de schriftelijke aanwijzing van de gezinsvoogd over de vakantieregeling te laten vervallen wordt afgewezen.