ECLI:NL:RBMNE:2015:5076

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 juni 2015
Publicatiedatum
8 juli 2015
Zaaknummer
4226674 UT VERZ 15-12841
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing klacht tegen bewindvoerder wegens nalatigheid bij inschrijving Woningnet

Klager diende een klacht in tegen zijn bewindvoerder omdat zijn inschrijving bij Woningnet was vervallen, wat volgens hem aan de bewindvoerder te wijten was. De kantonrechter beoordeelde de klacht na behandeling ter zitting en het overleggen van relevante correspondentie tussen de bewindvoerder en Woningnet.

Uit de stukken bleek dat de bewindvoerder Woningnet tijdig had geïnformeerd over het bewind en een automatische incasso had aangeboden, maar dat Woningnet geen incasso heeft verricht. Klager merkte in 2014 op dat zijn inschrijving was beëindigd wegens uitblijven van betaling. Woningnet gaf aan dat klager niet had betaald binnen de termijn om de inschrijving te behouden.

De kantonrechter oordeelde dat klager zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van adreswijzigingen aan Woningnet, en dat de bewindvoerder naliet te controleren of de betaling werd voldaan. Deze nalatigheid maakte het bewind niet volledig juist uitgevoerd. De klacht werd daarom gegrond verklaard. Aansprakelijkheid voor eventuele schade werd echter afgewezen, aangezien de bewindvoerder direct actie ondernam om de uitschrijving ongedaan te maken en klager geen bezwaar had gemaakt tegen de afwijzing van Woningnet.

De kantonrechter bepaalde dat de constatering van gegrondheid van de klacht voldoende was en wees verdere maatregelen af.

Uitkomst: De klacht tegen de bewindvoerder wordt gegrond verklaard wegens nalatigheid, zonder aansprakelijkheid voor schade.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Utrecht
zaaknummer: 4226674 UT VERZ 15-12841
BM nummer :
Beschikking d.d. 25 juni 2015
Op verzoek van:

[klager] ,

wonende [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,
hierna te noemen: klager.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het emailbericht van klager van 12 januari 2015;
- de brief van mevrouw [A] , werkzaam bij Bewindvoerderskantoor
[naam] , gevestigd te [vestigingsplaats] , van 26 januari 2015.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 30 april 2015. Ter zitting zijn verschenen:
  • [klager] , rechthebbende;
  • mevrouw [B] , werkzaam bij Bewindvoerderskantoor [naam] ;
  • mevrouw [C] , moeder van rechthebbende.
Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

De beoordeling

Klager heeft bij emailbericht van 12 januari 2015 aan de rechtbank laten weten dat hij een conflict heeft met zijn bewindvoerder over zijn inschrijving bij Woningnet. Volgens klager is het aan de bewindvoerder te wijten dat zijn inschrijving bij Woningnet is vervallen. Hij vraagt de kantonrechter wat hij hieraan kan doen. De kantonrechter vat deze email op als een klacht tegen de bewindvoerder.
Ter zitting van 30 april 2015 is afgesproken dat de bewindvoerder de door haar aan Woningnet gestuurde brieven van 20 februari 2013 en 3 november 2014 zou overleggen. Dat heeft zij gedaan. Klager heeft de gelegenheid gekregen op deze stukken te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het volgende blijkt uit de overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting is besproken.
De bewindvoerder heeft Woningnet bij de start van het bewind bij brief van 20 februari 2013 geïnformeerd over het bewind. Daarbij heeft zij meegedeeld dat het termijnbedrag voor het voortzetten van de inschrijving automatisch kan worden geïncasseerd van het door de bewindvoerder in die brief opgegeven bankrekeningnummer. Woningnet heeft echter geen bedragen geïncasseerd. In de loop van 2014 heeft klager gemerkt dat zijn inschrijving was beëindigd wegens het uitblijven van betaling van de verlengingskosten. Op zijn verzoek om uitleg heeft Woningnet hem bij email van 18 november 2014 laten weten dat Woningnet hem voor het laatst op 11 oktober 2013 per post op zijn bij Woningnet bekende adres een bevestiging van de uitschrijving heeft gezonden met een laatste oproep de kosten alsnog binnen een jaar te betalen. Zo had de inschrijving met behoud van wachttijd behouden kunnen blijven. Omdat de termijn van een jaar inmiddels was verstreken kon de registratie niet meer hersteld worden. Van de mogelijkheid tegen de in deze email weergegeven beslissing een bezwaarschrift in te dienen heeft klager geen gebruik gemaakt.
De bewindvoerder heeft Woningnet bij brief van 3 november 2014 gevraagd de registratie van klager te hervatten. Daarbij heeft zij erop gewezen dat Woningnet nooit een betalingsverzoek of betalingsherinnering aan de bewindvoerder heeft gezonden. Woningnet heeft dit verzoek van de bewindvoerder afgewezen.
Klager heeft ter zitting verklaard dat hij meermalen verhuisd is. De kantonrechter vindt dat het de eigen verantwoordelijkheid van klager was om zijn adreswijzigingen aan Woningnet door te geven. De bewindvoerder is hiervoor niet verantwoordelijk.
Wel had van de bewindvoerder verwacht mogen worden dat zij gedurende het bewind controleerde of het termijnbedrag aan Woningnet werd betaald. Dat heeft zij niet gedaan. Wat dat betreft heeft zij het bewind voor klager niet volledig juist uitgevoerd. De klacht van klager is dan ook terecht. De kantonrechter vindt echter niet dat de bewindvoerder aansprakelijk is voor de schade die klager door de uitschrijving bij Woningnet mogelijk lijdt. De bewindvoerder heeft na het ontdekken van haar nalatigheid meteen geprobeerd de uitschrijving bij Woningnet ongedaan te maken. Zij heeft wat dat betreft gedaan wat zij kon. De kantonrechter merkt verder op dat klager een bezwaarschrift had kunnen indienen tegen de afwijzing van Woningnet van het verzoek om de inschrijving alsnog te verlengen. Dat heeft hij echter niet gedaan.
Alles overziende vindt de kantonrechter dat de klacht van klager gegrond is. De kantonrechter vindt dat met deze constatering kan worden volstaan.

De beslissing

De kantonrechter verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat met deze constatering kan worden volstaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.