ECLI:NL:RBMNE:2015:4997

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2015
Publicatiedatum
6 juli 2015
Zaaknummer
3872268 UT VERZ 15-3214 LEJ
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling wegens ontbreken noodzaak

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot onderbewindstelling van zijn goederen vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand, waarbij hij niet in staat zou zijn zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling op 1 mei 2015 waren verzoeker en zijn zwager aanwezig, waarbij de kantonrechter twijfels had over de noodzaak van het bewind.

De behandeling werd aangehouden om verzoeker de gelegenheid te geven zijn verzoek nader toe te lichten of in te trekken. De zwager bevestigde per e-mail dat verzoeker vasthoudt aan het verzoek en vroeg de kantonrechter te beslissen. Uit een e-mail van een deskundige ([A]) bleek dat verzoeker cognitief in staat is zijn financiële keuzes te overzien, hoewel hij onder druk angstig kan worden en moeilijk beslissingen neemt.

De zwager verklaarde bereid te zijn gemachtigd te worden om betalingen namens verzoeker te verrichten, waardoor bewindvoering niet noodzakelijk is. De kantonrechter concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat verzoeker zonder bewindvoerder geen beslissingen kan nemen en dat de zwager de benodigde ondersteuning kan bieden. Daarom werd het verzoek tot onderbewindstelling afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een concrete noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Utrecht
zaaknummer: 3872268 UT VERZ 15-3214 LEJ

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling d.d. 23 juni 2015

Ingediend door:
[verzoeker]
wonende [adres]
[postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker(s).

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 3 februari 2015;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.

De beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende
[verzoeker]voornoemd, geboren te [geboorteplaats] op [1964], wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Het verzoek tot onderbewindstelling is mondeling behandeld op 1 mei 2015. Daarbij waren aanwezig verzoeker en zijn zwager, die zijn mentor en de beoogd bewindvoerder is.
Ter zitting is besproken dat het de kantonrechter niet duidelijk was waarom instelling van het bewind noodzakelijk zou zijn. Vervolgens is de behandeling van het verzoek aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen om zijn verzoek nader aan te vullen of in te trekken. Bij email van 11 mei 2015 heeft de zwager van verzoeker aan de rechtbank laten weten dat verzoeker op grond van informatie die [A] heeft verstrekt, vasthoudt aan zijn verzoek tot onderbewindstelling. Hij heeft de kantonrechter gevraagd te beslissen.
De kantonrechter overweegt dat beschermingsbewind bestemd is voor mensen die niet in staat zijn hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Er moet sprake zijn van een noodzaak tot het instellen van het bewind.
Verzoeker heeft ter zitting gezegd dat hij altijd blind is geweest. Hij is nu vijftig jaar oud. Volgens de email van [A] aan de zwager van 8 mei 2015 is verzoeker in staat zijn finnaciële keuzes cognitief te overzien. De zwager heeft ter zitting gezegd dat hij bereid is door verzoeker gemachtigd te worden om betalingen via de bankrekening van verzoeker te verrichten. Daarvoor is de bewindvoering dus niet nodig. Volgens de email van [A] is verzoeker vlug angstig en kan hij moeilijk onder druk een beslissing nemen. In een rustige situatie kan hij dit wel goed. [A] vindt het daarom verstandig als verzoeker bij het nemen van financiële beslissingen ondersteuning krijgt van een bewindvoerder. De kantonrechter gaat er, gelet op de bereidheid van de zwager om als gemachtigde van verzoeker op te treden, van uit dat de zwager ook zonder bewindvoering de door [A] genoemde ondersteuning aan verzoeker kan en wil bieden. Er is niets concreets gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat gevreesd moet worden dat verzoeker zonder bewindvoerder in bepaalde omstandigheden helemaal geen beslissing zal kunnen nemen. Kennelijk is dat in het verleden dan ook niet aan de orde geweest. Op grond van het voorgaande vindt de kantonrechter dat er geen noodzaak is tot het instellen van beschermingsbewind voor verzoeker. Daarom zal zij het verzoek afwijzen.

De beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.