Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juni 2015 in de zaak tussen
KPN Telecom B.V., te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen voorzitter
Rechtbank Midden-Nederland
KPN Telecom heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om een rapport met meetresultaten over het gebruik van vergunde frequentieruimte door FM-omroepen openbaar te maken. De minister had het bezwaar van KPN Telecom tegen openbaarmaking niet-ontvankelijk verklaard, omdat KPN Telecom volgens de minister geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat KPN Telecom als zenderoperator een rechtstreeks belang heeft bij de procedure en daarom als belanghebbende moet worden aangemerkt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar ongegrond, waardoor het rapport openbaar gemaakt mag worden.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de in het rapport opgenomen gegevens niet als vertrouwelijke bedrijfs- of fabricagegegevens kunnen worden aangemerkt, omdat deze door de minister zijn verkregen via metingen en niet vertrouwelijk aan de overheid zijn verstrekt. Ook is er onvoldoende bewijs dat openbaarmaking zou leiden tot onevenredige benadeling of bevoordeling van KPN Telecom of derden.
De rechtbank weegt mee dat het rapport niet slechts een concept is en dat de imagoschade en concurrentiebezwaren onvoldoende concreet zijn onderbouwd. De rechtbank bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat het rapport openbaar gemaakt mag worden.