Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 december 2014
- de akte van de zijde van GAPA van 24 december 2014
- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 12 januari 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
GAPA, een buitenlands parkeerbedrijf, vordert betaling van een parkeerboete en bijkomende kosten van gedaagde wegens een geconstateerde parkeerovertreding in Antwerpen op 23 november 2009. Gedaagde betwist de overtreding en stelt dat zijn voertuig op dat moment onbruikbaar geparkeerd stond bij zijn woning.
GAPA baseert haar vordering op artikel 1382 van Pro het Belgische Burgerlijk Wetboek, maar heeft na betwisting door gedaagde nagelaten de overtreding nader te onderbouwen met aanvullend bewijs zoals beeldmateriaal of een verklaring van de medewerker die de boete uitschreef.
De kantonrechter oordeelt dat GAPA onvoldoende bewijs heeft geleverd dat gedaagde de overtreding heeft begaan en wijst daarom de vordering inclusief nevenvoorzieningen af. GAPA wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot.
Uitkomst: De vordering van GAPA tot betaling van de parkeerboete wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.