Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2015:4259

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2015
Publicatiedatum
12 juni 2015
Zaaknummer
2950055
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1382 Belgisch Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering parkeerboete wegens onvoldoende bewijs door parkeerbedrijf

GAPA, een buitenlands parkeerbedrijf, vordert betaling van een parkeerboete en bijkomende kosten van gedaagde wegens een geconstateerde parkeerovertreding in Antwerpen op 23 november 2009. Gedaagde betwist de overtreding en stelt dat zijn voertuig op dat moment onbruikbaar geparkeerd stond bij zijn woning.

GAPA baseert haar vordering op artikel 1382 van Pro het Belgische Burgerlijk Wetboek, maar heeft na betwisting door gedaagde nagelaten de overtreding nader te onderbouwen met aanvullend bewijs zoals beeldmateriaal of een verklaring van de medewerker die de boete uitschreef.

De kantonrechter oordeelt dat GAPA onvoldoende bewijs heeft geleverd dat gedaagde de overtreding heeft begaan en wijst daarom de vordering inclusief nevenvoorzieningen af. GAPA wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot.

Uitkomst: De vordering van GAPA tot betaling van de parkeerboete wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 2950055 UC EXPL 14-5475 MT/1291
Vonnis van 18 maart 2015
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen, h.o.d.n. GAPA,
gevestigd te Antwerpen (België),
verder ook te noemen GAPA,
eisende partij,
gemachtigde: H.G.J. Janssen, gerechtsdeurwaarder,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [gedaagde],
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 10 december 2014
  • de akte van de zijde van GAPA van 24 december 2014
  • de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 12 januari 2015.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
GAPA is belast met het innen van parkeerboetes namens de gemeente Antwerpen.
2.2.
[gedaagde] is eigenaar van het motorvoertuig met kenteken [kenteken] van het merk Alfa Romeo.
2.3.
GAPA heeft [gedaagde] in verband met een parkeerovertreding een parkeerboete gezonden ter hoogte van € 23,00. In de parkeerboete staat vermeld dat op 23 november 2009 een motorvoertuig met kenteken [kenteken] van het merk Alfa Romeo geparkeerd stond in een zone waar de parkeertijd beperkt is aan het Van Schoonbekeplein te Antwerpen, zonder geldig parkeerbewijs.

3.De vordering en het verweer

3.1.
GAPA vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 28,50 aan hoofdsom, € 4,19 aan wettelijke rente tot en met 13 maart 2014 en € 44,77 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 13 maart 2014 tot de voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Ter onderbouwing van de vordering stelt GAPA, zo begrijpt de kantonrechter, dat [gedaagde] voor haar schade heeft veroorzaakt door de hierboven vermelde parkeerovertreding te begaan.
GAPA maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten nu [gedaagde] in verzuim is geraakt, respectievelijk GAPA de vordering uit handen heeft moeten geven.
3.2.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Op dit verweer wordt hierna, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van dit geschil, teruggekomen.

4.De beoordeling

4.1.
In het tussenvonnis van 10 december 2014 is GAPA in de gelegenheid gesteld haar stellingen aan te passen aan het oordeel van de kantonrechter dat Belgisch recht van toepassing is op het geschil.
4.2.
Ten aanzien van de gevorderde hoofdsom heeft GAPA haar stellingen niet aangepast. GAPA heeft niet als zodanig een rechtsgrondslag voor haar vordering genoemd. De kantonrechter begrijpt haar vordering zo dat zij schadevergoeding vordert die het gevolg is van het parkeren door [gedaagde] zonder geldig parkeerbewijs. Op grond van artikel 1382 van Pro het Belgische Burgerlijk Wetboek is de persoon die door zijn schuld aan een ander schade veroorzaakt, gehouden de schade van die ander te vergoeden.
4.3.
[gedaagde] heeft betwist dat hij met zijn auto met kenteken [kenteken] de betreffende parkeerovertreding heeft begaan. [gedaagde] heeft hierbij aangegeven dat hij nooit in Antwerpen komt, dat de auto op het moment van de geconstateerde parkeerovertreding met een kapotte dynamo voor de deur van zijn woning stond en dat het niet mogelijk was met de auto te rijden.
4.4.
Hierop heeft GAPA bij repliek gereageerd door te stellen dat één van haar medewerkers op 23 november 2009 om 15.11 uur heeft geconstateerd dat er een Alpha Romeo met nummerplaat [kenteken], zonder geldig parkeerbewijs stond geparkeerd, zoals vermeld in de parkeerboete. Daarbij staat het kenteken geregistreerd op naam van [gedaagde], aldus GAPA.
4.5.
[gedaagde] heeft vervolgens volhard in zijn verweer.
4.6.
De kantonrechter overweegt dat het op de weg had gelegen van GAPA om, na de betwisting door [gedaagde], te onderbouwen dat [gedaagde] de parkeerovertreding heeft begaan. GAPA heeft echter enkel haar eerdere stellingen herhaald en verwezen naar de parkeerboete die zij al bij dagvaarding had overgelegd. Op geen enkele wijze heeft zij haar stellingen nader onderbouwd met stukken. Zo heeft zij geen beeldmateriaal overgelegd en geen verklaring van de betreffende medewerker die de parkeerboete heeft uitgeschreven. Evenmin heeft zij een nadere toelichting verschaft op de wijze waarop parkeerboetes administratief gezien tot stand komen en op de vraag of bijvoorbeeld de betreffende medewerker enige speciale bevoegdheid tot het vaststellen van overtredingen toekwam. Door dit na te laten heeft GAPA haar vordering op [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vordering van GAPA, inclusief nevenvoorzieningen, moet worden afgewezen.
4.7.
GAPA zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt GAPA tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2015.