Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het wrakingsverzoek van 29 oktober 2014 tegen mr. P. Krepel;
- de aanvulling op het wrakingsverzoek van 3 november 2014;
- de schriftelijke reactie van mr. P. Krepel van 11 november 2014;
- de brieven van verzoeker van 26 november 2014;
- het conditionele wrakingsverzoek van verzoeker tegen een onbekende kantonrechter van 1 december 2014;
- de beschikking van 3 maart 2015 van de rechtbank in de zaak met nummer
- de aankondiging wrakingsverzoek van 11 mei 2015;
- het wrakingsverzoek van 12 mei 2015;
- de brief van verzoeker van 12 mei 2015.
2.Het wrakingsverzoek
- de kantonrechter is niet geïnteresseerd in de waarheid omdat er nooit een moment zal komen dat gedaagde zijn conclusie van antwoord mag indienen;
- de kantonrechter liegt;
- er is een aversie aanwezig dat gedaagde niet door een advocaat wordt bijgestaan;
- wederom wordt er gesproken over een comparitie, terwijl bij voortduring comparitie na antwoord wordt bedoeld;
- de wrakingskamer is door de reactie van de kantonrechter van 5 augustus 2014 misleid;
- wat besloten zou gaan worden stond al vast;
- er hebben onderonsjes plaatsgevonden;
- er wordt afgeweken van het vonnis van de wrakingskamer van 5 september 2014;
- er is geen volledige inzage in het procesdossier geweest;
- de kantonrechter heeft geaccepteerd dat brieven van de advocaat van de SSH in diverse procedures van verschillende gedaagden terecht zijn gekomen en daarmee heeft hij meegewerkt aan het schenden van de privacy van gedaagden.