Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Deprocedure
2.De beoordeling
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 12.280,-ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 mei 2015 een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die handel dreef in cocaïne van 28 november 2013 tot en met 30 september 2014. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk €13.120, later verlaagd naar €12.280.
De verdediging stelde dat het voordeel aanzienlijk lager moest worden vastgesteld, met een alternatieve berekening van €480 tot €1.500, gebaseerd op een kortere dealperiode en rekening houdend met kosten voor telefoons en benzine. De rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank baseerde haar berekening op het aantal unieke contacten per dag via dealtelefoons, gemiddeld 2 bestellingen per dag, en een minimale afname van 1 gram cocaïne per bestelling tegen een prijs van €40 per gram. Dit leidde tot een omzet van €24.560, waarvan 50% als winstmarge werd aangenomen, resulterend in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €12.280.
De rechtbank legde de verplichting op aan de veroordeelde om dit bedrag aan de Staat te betalen. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. K.J. Veenstra en rechters G. Perrick en V.M.A. Sinnige.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel is vastgesteld op €12.280 en veroordeelde moet dit bedrag aan de Staat betalen.