ECLI:NL:RBMNE:2015:3913
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak hennepteelt
In deze strafzaak vorderde de officier van justitie ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, begroot op €340.219,20, later gewijzigd tot €3.600,00, de huuropbrengst van een schuur.
Verdachte was eerder vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De verdediging beriep zich op deze vrijspraak om de vordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat door de vrijspraak niet kan worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft behaald. Daarom werd de vordering van de officier van justitie afgewezen.
Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland en op 22 mei 2015 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
De zaak betreft een ontnemingsprocedure die volgt op een strafzaak waarin verdachte werd vrijgesproken, waardoor de civielrechtelijke vordering tot ontneming niet kan worden toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens vrijspraak van verdachte.