ECLI:NL:RBMNE:2015:3502

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 april 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
3764162 UT VERZ 15-553 CS
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 lid 2 BWArtikel 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot onderbewindstelling wegens problematische schulden en vermogensonvermogen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 april 2015 een verzoek tot onderbewindstelling van een persoon geboren in 1989, wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand die haar verhindert haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

Tijdens de zitting op 18 maart 2015 gaf de betrokkene aan geen bewindvoerder te willen, hoewel zij erkende hulp van Maatschappelijk Werk te accepteren. Er was onduidelijkheid over de omvang van haar schulden; verzoekster stelde dat deze aanzienlijk waren, terwijl de betrokkene slechts een schuld van circa €1.400,- erkende.

Na aanvullende stukken, waaronder een CIZ-besluit en een schuldenoverzicht van ruim €14.391,55, concludeerde de kantonrechter dat de betrokkene niet in staat is haar financiële belangen volledig te behartigen. Verzoeker sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bloedverwant is en geen gevolmachtigde van de zorginstelling.

De rechtbank benoemde Axilon BV tot bewindvoerder en stelde de beloning vast. Een nieuw zittingverzoek van de betrokkene werd afgewezen vanwege het belang van goed financieel beheer en haar keuze om niet te verschijnen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Onderbewindstelling wordt ingesteld wegens onvermogen betrokkene haar financiële belangen zelf te behartigen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Utrecht
zaaknummer: 3764162 UT VERZ 15-553 CS

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling d.d. 24 april 2015

Ingediend door:
1. [verzoeker sub 1], werkzaam bij Humanitas DMH
gevestigd te [adres]
[vestigingsplaats]
2. [verzoeker sub 2], werkzaam bij Humanitas DMH
gevestigd te [adres]
[vestigingsplaats]
hierna te noemen: verzoekers.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 23 december 2014;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.
Op 18 maart 2015 heeft naar aanleiding van het verzoekschrift een zitting plaatsgevonden.
Op 27 maart 2015 is een tussenbeschikking gegeven.
Op 16 april 2015 heeft een tweede zitting plaatsgevonden.

De beoordeling

Nu verzoeker sub. 2 geen bloedverwant van de betrokkene is en niet is komen vast te staan dat zij gevolmachtigd is namens de instelling waar betrokkene wordt verzorgd of die aan de betrokkene begeleiding biedt, kan zij niet (ook) worden aangemerkt als verzoekster op grond van artikel 1:432 lid 2 BW Pro en dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek.
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende
[rechthebbende], geboren te [geboorteplaats] op [1989], wonende te [vestigingsplaats], [adres] wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Mevrouw [rechthebbende] heeft ter zitting van 18 maart 2015 naar voren gebracht dat zij het niet eens is met het verzoek. Zij vindt het goed als iemand van Maatschappelijk Werk haar helpt met financiële zaken. Zij wil echter geen bewindvoerder. Volgens haar is dat ook niet nodig. Zij heeft haar financiën altijd zelf gedaan en dat heeft niet tot problemen geleid. Zij heeft aangegeven één schuld te hebben van ongeveer € 1.400,- aan Agis. Die schuld is volgens haar ontstaan, doordat er zonder aankondiging een bedrag van € 500,- is ingehouden als een soort huurverhoging. Daardoor is zij in de financiële problemen gekomen.
Ter zitting van 18 maart 2015 waren namens Humanitas mevrouw [verzoeker sub 2] en de heer [A] aanwezig. Volgens hen heeft mevrouw [rechthebbende] een veel groter aantal schulden. In het najaar van 2014 waren er schulden van in totaal € 15.000,-.
Nu tijdens deze zitting niet duidelijk is geworden in hoeverre mevrouw [rechthebbende] substantiële schulden heeft, heeft de kantonrechter beide partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 13 april 2015 stukken te overleggen waaruit de gestelde schuldenlast blijkt. De kantonrechter heeft uit de stellingen van verzoekster begrepen dat zij van mening is dat er – ook los van de vraag hoe hoog de schuldenlast van mevrouw [rechthebbende] is – aanleiding is om een bewindvoerder te benoemen. Verzoekster is daarom voorts in de gelegenheid gesteld om door middel van het overleggen van een verklaring van een deskundige aan te tonen dat mevrouw [rechthebbende] niet in staat is zelf ten volle haar vermogensrechtelijke belangen waar te nemen. Overigens heeft de kantonrechter opgemerkt dat als juist is dat de schuldenlast van mevrouw [rechthebbende] veel hoger is dan zij zelf aangeeft, zij kennelijk niet in staat is haar eigen financiële positie te overzien en er reeds op die grond aanleiding kan zijn om een bewindvoerder te benoemen.
Op 7 april 2015 heeft verzoekster een CIZ-besluit alsmede een actueel schuldenoverzicht, waaruit blijkt dat de nu bekende schulden in ieder geval een totaal € 14.391,55 bedragen, ingediend. Van mevrouw [rechthebbende] zijn geen stukken ontvangen na de zitting van 18 maart 2015, behalve een mail waarin zij aangeeft niet te komen naar de zitting op
16 april 2015. In die mail verzoekt zij om een nieuwe behandeling ter zitting.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de stukken en de behandelingen ter terechtzitting voldoende aannemelijk is geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk of duurzaam) niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Immers uit het overzicht van de schulden van mevrouw [rechthebbende] blijkt dat haar schulden veel hoger zijn dan zij zelf beseft. Uit de door verzoekster verstrekte informatie blijkt voorts dat de totale omvang van de schulden van mevrouw [rechthebbende] niet is gedaald sinds 2013. Hieruit volgt al dat zij niet in staat is om haar vermogensrechtelijke belangen ten volle zelf waar te nemen. De kantonrechter heeft het verzoek van mevrouw [rechthebbende] om een nieuwe behandeling ter zitting te bepalen niet gevolgd, omdat het van belang is dat haar financiën beter worden beheerd dan nu het geval is en het de keuze is geweest van mevrouw [rechthebbende] om de voorkeur te geven aan een andere afspraak in plaats van verschijning ter zitting.
Tegen de voorgestelde bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen.
Omdat sprake is van problematische schulden zal de kantonrechter de jaarbeloning van de te benoemen bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
De kantonrechter merkt op dat de te benoemen bewindvoerder een wijziging in de schuldenpositie van rechthebbende, die gevolg heeft of kan hebben voor de toepasselijke beloning, direct moet melden aan de kantonrechter.
De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 520,00.

De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart verzoeker sub. 2 niet ontvankelijk in haar verzoek;
- stelt de goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan
[rechthebbende]voornoemd onder bewind wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt tot bewindvoerder:
Axilon BV, gevestigd te 7260 AB Ruurlo, Postbus 86;
- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.