Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
4.Vrijspraak
5.Waardering van het bewijs
konontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook gepleegd zou worden. Ten aanzien van de bewijsmiddelen verwijst de officier van justitie telkenmale naar de daartoe strekkende aangiftes, het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek naar de in beslag genomen goederen, het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek naar het facebook-account van verdachte, de processen-verbaal van bevindingen van 1 juni 2010 en de kogelbrief. Ook verwijst de officier van justitie naar de verklaringen die verdachte over de verschillende ten laste gelegde bedreigingen heeft afgelegd en naar diverse processen-verbaal van verhoor van verdachte.
nietvielen onder de Wet wapens en munitie en dit ook als zodanig naar verdachte hadden gecommuniceerd.
onder 1, 4, 5, 8 en 9 ten laste gelegde bedreigingenmerkt de raadsvrouw op dat geen van deze feiten kan worden gekwalificeerd als een bedreiging, omdat er bij de ontvanger geen redelijke vrees kan zijn ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar mishandeld zou worden.
onder 6 ten laste gelegde bedreigingmerkt de raadsvrouw op dat de enkele aangifte van deze verbalisant onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling over te gaan, nu verdachte de gestelde bedreiging ontkent.
onder 2 en 7 ten laste gelegde verboden vuurwapenbezitmerkt de raadsvrouw primair op dat, gelet op alle rapporten, processen-verbaal en brieven die bekend waren bij verdachte, niet te volgen is welk standpunt het openbaar ministerie innam en waarom exact dezelfde minipistolen volgens het NFI en de latere processen-verbaal wel of alsnog onder de Wet wapens en munitie vallen. Hierdoor is onvoldoende komen vast te staan dat de minipistolen en de kogeltjes gecategoriseerd kunnen worden zoals ten laste gelegd.
onder 3 ten laste gelegde aanwezigheid van MDMAmerkt de raadsvrouw op dat verdachte ontkent wetenschap te hebben gehad van de aanwezigheid van deze MDMA in zijn woning, waardoor eveneens voor dit feit vrijspraak dient te volgen.
Openbaar Ministerie [regio]. t.a.v. dhr. Mr. [slachtoffer 1]”. De envelop bleek een aan aangever gerichte brief en een cd-rom te bevatten en vermeldde als afzender
“[verdachte], [adres], [woonplaats]”. In zijn brief verwijst de schrijver naar een Facebookpagina met de URL
[url], waarop het vervolg van de brief te lezen zou zijn. Bij raadpleging van de in de brief genoemde website zag aangever dat sinds oktober 2013 een account bestaat met de naam “
pers officier”. Genoemde Facebookpagina bevatte onder meer diverse videobestanden, waaronder een filmpje met het opschrift “
mr. [slachtoffer 1] en pistooltjes”. Dit filmpje begint met een aankondiging in geschreven tekst waarin wordt kenbaar gemaakt dat minipistolen gevaarlijk zijn en dat het “
lijdend voorwerp in het filmpje Pers- en zaaksofficier [slachtoffer 1] van het OM [regio] is”. In het filmpje is dan een blik te zien waarop een tweetal foto’s van aangever zijn bevestigd. Vervolgens verschijnt een hand in beeld met daarin een minipistooltje. Vanuit dit pistooltje wordt kennelijk een projectiel afgevuurd dat het blik en de daarop bevestigde foto’s doorboort op de plaats waar het linkeroog van aangever zich bevindt. Daarna wordt door een hand een bordje voor het blik met de foto’s geplaatst waarop de tekst “
Horen, Zien en Pest Officier [slachtoffer 1]” te lezen is [3] .
konopwekken, is hiervoor voldoende.
kanopwekken dat bedreigde zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Dit geldt te meer nu aangever op de hoogte was van het gegeven dat verdachte al eerder in 2010 in een politiebureau daadwerkelijk met een minipistooltje had geschoten.
[naam], [email]’. De inhoud van deze mail luidde - zakelijk weergegeven - als volgt: “
Sedert enige jaren zit ik in conflict met de [regio] politie en het [regio] OM omtrent minipistolen, die volgens het OM speelgoed zouden zijn, die geen letsel veroorzaken (…). Omdat men niet toe wil geven en ik er van overtuigd ben dat ik in mijn recht sta en derhalve van mijn leven niet op zal geven is een volgende logische stap om publiekelijk met die dingen te gaan schieten. Een schietpartij vanaf de publieke tribune van de 2e kamer haalt immers direct het nieuws en zo valt het verhaal achter de pistooltjes te openbaren, daar waar Justitie de kwestie tot aan het Ministerie al jaren in de doofpot probeert te houden”.
konook zonder meer, gelet op de dreiging om vanaf de publiek tribune met minipistolen te gaan schieten. Dat verdachte dit volgens eigen zeggen nooit zou doen of dat een door een minipistool afgevuurde kogel wellicht niet daadwerkelijk de afstand van de publieke tribune tot de voorzitter Tweede Kamer kan overbruggen of op die afstand zwaar lichamelijk letsel of de dood kan veroorzaken, maakt dit oordeel niet anders.
‘Dergelijke acties heb ik de afgelopen jaren nagelaten omdat ik mij besef dat ik onvermijdelijk mensen de stuipen op het lijf zal jagen als ik publiekelijk schietpartijen organiseer, maar aan de andere kant kan ik niet veel anders aangezien zelfs schieten op ministers niets opleverde’. Onder deze omstandigheden heeft [slachtoffer 2] zich, behalve persoonlijk, ook in haar verantwoordelijkheid voor andere aanwezigen in de Tweede Kamer bedreigd kunnen voelen. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.
‘de hoofdofficier van justitie in zijn been zou schieten als dat de enige manier is om duidelijk te maken dat iedereen tegen hem liegt’. [20]
Ik laat mij niet naaien door niemand, ik ben er al 6 jaar mee bezig. Wat word je daar wijzer van nou dat die hoofdofficier straks met een bloeiende poot door het gerechtsgebouw loopt te springen” en om 27.11 uur: “
En ik schiet dadelijk gewoon echt iemand voor zijn kankerlijer. Dan staat er ineens een hoofdofficier op YouTube door het beeld te springen snap je wat ik bedoel”. [21]
kunnenvoelen maar zich, blijkens zijn aangifte, ook daadwerkelijk bedreigd voelde.
Het ligt in de lijn van verwachtingen dat u dit keer niet zult kunnen pretenderen dat u geen kogelbrief heeft ontvangen, al was het alleen al omdat u op YouTube kan zien hoe ik deze brief aan u post. Als u op YouTube zoekt op Politiekcrimineel, dan treft u een hele reeks filmpjes, die elke grens van fatsoen overschrijden en u zult niet kunnen begrijpen dat justitie geen vervolging durft in te stellen. In vol ornaat treft u bovendien het minivuurwapen dat ik van Justitie aan kinderen mag verkopen en als ik u was zou ik mij eens afvragen of u zou willen dat uw kind met dit wapen op zolder met zijn vriendjes gaat zitten experimenteren? Ik ga er vooralsnog vanuit dat deze kogelbrief voor uw partij voldoende zal zijn om [naam] in die 2e kamer het vuur aan de schenen te leggen en ik niet het complete koningshuis op een kogelbrief hoef te trakteren, of bombrieven hoef te versturen, dankzij de springstof die ik voorhanden mag hebben van Justitie”.
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
samenvattend dat gesteld kan worden dat er onvoldoende informatie voorhanden is om te kunnen concluderen tot een ziekelijke stoornis in de zin van een manifest psychiatrisch toestandsbeeld of een persoonlijkheidsstoornis. Dit geldt zowel voor de losse perioden, zoals in de tenlastelegging genoemd, als over de gehele periode 2010 tot en met 2014.” Daarmee zijn ook de aan de deskundigen gestelde vragen betreffende de toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de (beperking) van de kans op recidive noodgedwongen onbeantwoord gebleven. Na afloop van het onderzoek, aldus de rapporteurs, gaf verdachte wel aan dat hij nadat de rechtszaak zal zijn afgedaan wel aan een onderzoek zou willen meewerken.
De heer [verdachte] voert een jarenlange strijd met justitie. Hij is overtuigd van zijn gelijk en zal niet stoppen met zijn strijd tegen justitie zolang zij hun fouten niet erkennen. Hij lijkt het gerechtvaardigd te vinden om grensoverschrijdend te handelen om de strijd te kunnen winnen. Betrokkene is zich hierbij bewust van de consequenties van zijn gedrag”. Verdachte gaf tijdens de bespreking van het adviesrapport d.d. 30 mei 2014 ook aan dat hij zich niet geheel kon vinden in de omschrijving van het recidiverisico. Hij zei grensoverschrijdend gedrag tot een bepaald niveau gerechtvaardigd te vinden in zijn strijd met justitie. Zo zou hij nooit overgaan tot fysiek geweld, aldus verdachte.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
15 (vijftien) maanden.
groot 6 (zes) maanden,van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
moet hij zich melden bij de reclassering. Veroordeelde moet zich binnen vijf werkdagen na onherroepelijk worden van dit vonnis melden bij Reclassering Nederland, Marconistraat 2, 3029 AK te Rotterdam. Hierna moet hij zich binnen de proeftijd blijven melden zo lang en zo frequent als deze instelling dit nodig acht.