ECLI:NL:RBMNE:2015:3236
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak wegens vermeende partijdigheid
In deze wrakingszaak diende verzoeker een verzoek in tot wraking van de rechters A.J.P. Schotman, K.J. Veenstra en J.G. van Ommeren, die betrokken waren bij zijn strafzaak. Verzoeker stelde dat de afwijzing van zijn verzoek om een getuige te horen onbegrijpelijk was en een ernstige aanwijzing voor partijdigheid opleverde. Hij verwees onder meer naar onjuiste aannames over de getuige en het belang van diens verklaring.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij werd benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De rechtbank concludeerde dat de aangevoerde argumenten noch de subjectieve noch de objectieve onpartijdigheid van de rechters aantonen.
De beslissing om de getuige niet te horen werd als een processuele beslissing gezien die niet zonder meer tot wraking kan leiden, tenzij deze onbegrijpelijk is en alleen door vooringenomenheid kan worden verklaard. De rechtbank vond de beslissing niet dermate onbegrijpelijk en wees het wrakingsverzoek af.
De strafzaak tegen verzoeker zal worden voortgezet zoals die was op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en de strafzaak wordt voortgezet.