ECLI:NL:RBMNE:2015:2955
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning hotel wegens vermeend slecht levensgedrag
Verzoeker 1 exploiteert twee hotels in Utrecht. De gemeente trok de vergunning voor het hotel aan de eerste locatie in vanwege onvoldoende toezicht op illegale prostitutie, wat slecht levensgedrag zou impliceren. Verzoeker 2, werknemer en toekomstig exploitant, werd niet als belanghebbende erkend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd om het slechte levensgedrag aan te tonen, mede doordat het dossier essentiële stukken miste. Hoewel er een begin van onderbouwing was, was deze niet toereikend voor intrekking van de vergunning.
Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen voor onmiddellijke sluiting en de verstrekkende gevolgen voor verzoeker 1, werd het belang van verzoeker 1 bij schorsing van het besluit zwaarder gewogen. De intrekking werd geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning is geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van slecht levensgedrag.