ECLI:NL:RBMNE:2015:1702
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in WOZ-zakenprocedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.C.H.M. Lips, rechter in een WOZ-zakenprocedure, op grond van vermeende partijdigheid. Hij stelde dat de rechter niet kritisch was, verzoeken tot schouw en pleitnota niet adequaat behandelde en mogelijk intimiderend optrad.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde feiten onvoldoende zijn om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid vast te stellen. De rechter handelde binnen zijn bevoegdheden, en er was geen sprake van persoonlijke vooringenomenheid.
Het verzoek tot wraking is afgewezen. Tevens is een verzoek om proces-verbaal en het horen van betrokkenen onder ede afgewezen. Het verzoek om strafrechtelijk onderzoek is buiten de wrakingskamer geplaatst.
De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2015. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.