ECLI:NL:RBMNE:2015:1298
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit invoer cocaïne
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 januari 2015 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne in de periode van 16 tot en met 29 juli 2014.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €10.700, gebaseerd op een rapport van 16 september 2014. Verdachte en zijn raadsman voerden geen verweer tegen de berekening, maar verzochten om verrekening van een in beslag genomen geldbedrag dat bij de echtgenote van verdachte was aangetroffen.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel inderdaad €10.700 bedraagt, gebaseerd op de opbrengsten van twee smokkelacties vanuit Curaçao. Kosten werden niet in mindering gebracht omdat geen bewijs was van gemaakte kosten. Het in beslag genomen bedrag bij de echtgenote werd niet verrekend omdat dit niet uit de baten van het bewezenverklaarde feit bleek te stammen.
De rechtbank legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €10.700 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.