Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
HPM B.V., te Arnhem, verzoekster
de Burgemeester van Renkum, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
naareen bestuursorgaan terwijl het in dit geval gaat om een bericht
vaneen bestuursorgaan.
Rechtbank Midden-Nederland
De burgemeester van Renkum heeft besloten om zowel een café als een restaurant in Oosterbeek voor zes maanden te sluiten vanwege aangetroffen cocaïne en verklaringen van de bedrijfsleider over langdurige drugshandel in het café. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire besluit correct is bekendgemaakt, ondanks dat verzoekster het besluit pas na de feitelijke sluiting per post ontving. De rechter stelt vast dat het café en het restaurant verschillende entiteiten zijn met eigen ingangen, namen en faciliteiten, en dat drugshandel alleen in het café is aangetroffen. Daarom kan de sluiting van het restaurant niet worden gehandhaafd.
Ten aanzien van het café is voldoende onderbouwd dat er sprake was van drugshandel door de bedrijfsleider, die inmiddels is ontslagen en de toegang ontzegd. De aanwezigheid van harddrugs in een publiek toegankelijke ruimte rechtvaardigt de sluiting, ongeacht verstoring van de openbare orde. De termijn van zes maanden sluiting wordt als proportioneel beoordeeld gezien de ernst en duur van de drugshandel. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing van de sluiting van het café af, schorst de sluiting van het restaurant en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Sluiting van het café blijft gehandhaafd voor zes maanden; sluiting van het restaurant wordt geschorst.