ECLI:NL:RBMNE:2015:1127
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel binnendringen met vinger
Op 25 februari 2015 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een man uit Lelystad die werd verdacht van seksueel binnendringen met een vinger bij een vrouw tijdens een fysiotherapeutische behandeling.
De tenlastelegging betrof primair het onverhoeds binnendringen van de vagina van de vrouw met een vinger en subsidiair het plegen van ontucht tijdens de behandeling. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire feit en verzocht het subsidiaire feit bewezen te verklaren, uitgezonderd het binnendringen met een vinger. De verdediging voerde algehele vrijspraak aan vanwege inconsistenties en gebrek aan onafhankelijk bewijs.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van de aangeefster en getuigen onvoldoende onderbouwd waren en dat de sms-berichten tussen verdachte en aangeefster niet als steunbewijs konden dienen. Er was twijfel over de betrouwbaarheid van de verklaringen en geen directe erkenning van het feit door verdachte. Daarom werd verdachte vrijgesproken van zowel het primaire als het subsidiaire ten laste gelegde feit.
De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en verwees haar naar de burgerlijke rechter voor eventuele civiele claims. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij twee rechters het vonnis mede ondertekenden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel binnendringen met een vinger.