ECLI:NL:RBMNE:2014:98
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing na relatiebeëindiging zonder zorg minderjarige kinderen
Eiser, die in 1990 is gehuwd en drie kinderen heeft waarvan twee minderjarig zijn, heeft een urgentieverklaring voor woningtoewijzing aangevraagd na beëindiging van zijn relatie en een beschikking waarbij de zorg voor de minderjarige kinderen aan zijn ex-partner is toegewezen.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat op grond van artikel 2.5.1, derde lid, onder A, sub b, van de Regionale Huisvestingsverordening alleen de ouder die de zorg voor minderjarige kinderen heeft in aanmerking komt voor urgentie bij relatiebeëindiging. Eiser voldoet hier niet aan omdat hij niet de zorg heeft.
Eiser voerde aan dat hij dakloos dreigt te worden en dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door dit niet mee te nemen. De rechtbank oordeelt echter dat de dreigende dakloosheid direct verband houdt met de relatiebeëindiging en dat verweerder terecht het relatiebeëindigingscriterium heeft toegepast.
Daarnaast heeft eiser een beroep gedaan op de hardheidsclausule wegens zijn psychische gesteldheid en de impact op zijn kinderen. De rechtbank stelt vast dat verweerder een terughoudend beleid voert en de hardheidsclausule alleen toepast in zeer ernstige noodsituaties zoals levensbedreiging. Dit beleid is niet onredelijk en eiser verkeert niet in een dergelijke situatie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.