Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
[gedaagde sub 6],
1.De procedure
- de dagvaarding met daarbij producties 1 tot en met 22
- de brief van 10 september 2014 van de zijde van de Stichting met daarbij 19 producties
- de brief van 11 september 2014 van de zijde van [eiser] met daarbij producties 23 tot en met 35
- de brief van 11 september 2014 van de zijde van [eiser] met daarbij producties 36 en 37
- de mondelinge behandeling op 12 september 2014
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van de Stichting.
2.De feiten
Wanneer [minderjarige] begin december 2013 werd gevraagd of hij nog vragen had aan de pleegzorgwerker of GM gaf [minderjarige] aan dat hij graag naar zijn moeder wilde en niet naar zijn vader omdat deze hem vreselijk pijn heeft gedaan. Zijn hele lichaam deed er pijn van.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de aard van de gepubliceerde verdenking en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de verdenking betrekking heeft;
- de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
- de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenking steun vond in het toen beschikbare feitenmateriaal;
- de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de hiervoor genoemde omstandigheden;
- de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op redelijk spoedig succes bereikt had kunnen worden;
816,00