Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/701429-13 waaruit blijkt dat [veroordeelde] op 11 oktober 2013 door de rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel”, d.d. 25 maart 2014, proces-verbaal nummer 2013049351 (hierna te noemen: het rapport);
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;
- de overige stukken.
2.De beoordeling
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 26.044,14.
€ 26.044,14ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;