Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[veroordeelde], veroordeelde,
.
[veroordeelde]voor de tijd van
zes maanden.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) van een veroordeelde die sinds 2011 in een justitiële jeugdinrichting verblijft. De officier van justitie vroeg aanvankelijk om verlenging met negen maanden, later twaalf maanden, terwijl de raadsman pleitte voor afwijzing of een verlenging van maximaal zes maanden vanwege het ontbreken van behandeling sinds mei 2014.
De deskundige gaf aan dat er nog sprake is van recidivegevaar, vooral voor vermogensdelicten, en dat de veroordeelde toe is aan resocialisatie in de praktijk met verlof en een nieuw scholings- en trainingsprogramma (STP). Binnen de inrichting zijn geen concrete behandeldoelen meer, waardoor de uitdaging buiten de inrichting ligt. De rechtbank oordeelde dat verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling en om het recidivegevaar te beperken.
De rechtbank besloot de PIJ-maatregel met zes maanden te verlengen, waarbij na deze periode opnieuw wordt beoordeeld hoe zelfstandig de veroordeelde is. De beslissing is gebaseerd op de artikelen 77t en 77u van het Wetboek van Strafrecht en het advies van de deskundige, waarbij rekening is gehouden met eerdere verlengingen en de noodzaak om de resocialisatie te bevorderen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met zes maanden wegens recidivegevaar en het belang van resocialisatie.