Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juni 2014 in de zaak tussen
Vrumona B.V., te Bunnik, eiseres
Gedeputeerde staten van Utrecht, verweerder
Bovag, gevestigd te Bunnik,
Rechtbank Midden-Nederland
Vrumona B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht om aan Bovag een vergunning te verlenen voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van een energieopslagsysteem bij het kantoorgebouw van Bovag te Bunnik. Vrumona vreesde dat deze onttrekking de kwaliteit van het grondwater, bestemd voor haar mineraalwaterwinning, zou aantasten.
De rechtbank overwoog dat de vergunninghouder een beperkte hoeveelheid grondwater mag onttrekken en dat het water vrijwel geheel wordt teruggebracht in de bodem. De rechtbank stelde vast dat de Kaderrichtlijn Water een resultaatsverplichting oplegt om achteruitgang van grondwaterkwaliteit te voorkomen, maar dat het niet verplicht is beschermingszones in te stellen. Gedeputeerde Staten heeft maatregelen genomen ter bescherming van de waterkwaliteit, waaronder het Gebiedsdossier Waterwinning Bunnik.
Vrumona stelde dat er geen aaneengesloten waterremmende kleilaag is tussen de watervoerende pakketten, maar de rechtbank vond dat de aanwezige zandlagen en de relatief kleine onttrekking door Bovag de kwaliteit niet significant zullen verslechteren. Ook de belangenafweging was volgens de rechtbank zorgvuldig gemaakt, waarbij beide partijen als middelwaardig gebruik werden aangemerkt en voorschriften en monitoring zijn opgenomen om de waterkwaliteit te beschermen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van Vrumona B.V. tegen de vergunning voor grondwateronttrekking door Bovag is ongegrond verklaard.