ECLI:NL:RBMNE:2014:6129
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding en dwangsombesluit in Wob-procedure
Eiseres verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie bij verweerder, de korpschef van politie. Verweerder wees het verzoek toe, maar bij bezwaar verklaarde hij dit ongegrond en wees een verzoek om dwangsom af. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten. Verweerder wijzigde het eerste besluit en erkende het bezwaar deels, maar betwistte de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk was omdat het gewijzigde besluit het eerdere verving. De rechtbank kende eiseres een proceskostenvergoeding toe van €487 voor de beroepsprocedure. De rechtbank vond dat het geschil inhoudelijk van aard was en in beginsel tot de categorie gemiddeld gewicht behoorde, maar oordeelde dat vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden en de aard van de fout van verweerder (verstrekking verkeerde documenten) de zaak licht van gewicht was, waardoor een lagere wegingsfactor van 0,5 terecht was toegepast.
Verder stelde eiseres dat verweerder de beslistermijn voor bezwaar had overschreden en daardoor een dwangsom verbeurde. De rechtbank vond echter dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de ingebrekestelling tijdig was verzonden en dat verweerder binnen twee weken na een latere ingebrekestelling alsnog een besluit had genomen, waardoor geen dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €487. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het gewijzigde besluit en het dwangsombesluit ongegrond, met toekenning van proceskostenvergoeding van €487.