ECLI:NL:RBMNE:2014:5910

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2014
Publicatiedatum
19 november 2014
Zaaknummer
UTR 14-4816
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Pavićević
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van procesbelang bij beëindiging schuldhulpverleningstraject

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn en Heuvelrug om zijn schuldhulpverleningstraject te beëindigen. Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna eiser in beroep is gegaan.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser voldoende procesbelang heeft bij het beroep. Procesbelang ontbreekt indien het beoogde resultaat niet kan worden bereikt of geen feitelijke betekenis heeft voor de eiser. Uit de toelichting van verweerder blijkt dat het schuldhulpverleningstraject definitief is beëindigd en dat de schuldeisers hiervan op de hoogte zijn gesteld. Het gespaarde bedrag is verdeeld en de afspraken met schuldeisers zijn komen te vervallen.

Hierdoor kan eiser met het beroep niet het materiële doel bereiken, namelijk het ongedaan maken van de beëindiging. Een nieuw traject moet te allen tijde opnieuw worden gestart. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat eiser schade heeft geleden door het bestreden besluit.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T. Pavićević op 20 november 2014.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 14/4816

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2014 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr.drs. L.J. Blijdorp)
en
het Dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn en Heuvelrug (RDWI), verweerder,
(verschenen: gemachtigde: mr. V.V. Tuchkova).

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder het traject schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) van eiser beëindigd.
Bij besluit van 1 juli 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser in beroep een belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit. Een beroep is niet-ontvankelijk, wanneer het procesbelang daarbij voor de eisende partij ontbreekt.
2. Van voldoende procesbelang is slechts sprake indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Van de bestuursrechter kan in een geval waarin de uitkomst van het beroep niet in concreto tot een voor de betrokkene gunstiger resultaat kan leiden, geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
3. Door eiser zijn een aantal met verweerder gemaakte afspraken alsmede diverse verplichtingen op grond van de Wgs niet nagekomen. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder verklaard dat het schuldhulpverleningstraject van eiser is beëindigd en dat de schuldeisers hiervan op de hoogte zijn gesteld. Inmiddels is verweerder ook tot uitdeling aan de schuldeisers overgegaan van het op de boedelrekening door eiser gespaarde bedrag en is de afrekening daarvan door eiser ontvangen. De afspraken die in het kader van dit traject met de schuldeisers zijn gemaakt zijn hiermee komen te vervallen en daarmee is het in geding zijnde schuldhulpverleningstraject beëindigd. Dit houdt in dat te allen tijde een nieuw schuldhulpverleningstraject moet worden gestart.
4. De rechtbank is gelet op deze toelichting van verweerder van oordeel dat eiser met de onderhavige beroepsprocedure niet kan bereiken hetgeen hij materieel voor ogen heeft, namelijk het ongedaan maken van de beëindiging. Het schuldhulpverleningstraject is geheel beëindigd en zal niet meer kunnen herleven. Eiser zal hoe dan ook een nieuw schuldhulpverleningstraject moeten starten.
5. De rechtbank overweegt ten slotte dat procesbelang kan zijn gelegen in het verkrijgen van een veroordeling tot vergoeding van schade, maar gesteld noch gebleken is dat eiser schade heeft geleden ten gevolge van het bestreden besluit.
6. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Landwaart-Ekkelenkamp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2014.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.