Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 130 dagen;
Rechtbank Midden-Nederland
Op 22 juni 2014 stichtte verdachte opzettelijk brand in een kamer van een wooncomplex te Utrecht door een aanstekervlam in aanraking te brengen met brandbare materialen. De brand veroorzaakte schade aan goederen en een kledingkast, en bracht gevaar voor de deur en muren van de kamer en aangrenzende ruimtes met zich mee.
Verdachte bekende het feit en de rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van zijn verklaring en proces-verbaal van aangifte en sporenonderzoek. Het gevaar voor levens of zwaar lichamelijk letsel werd niet bewezen, waardoor verdachte daarvan vrijgesproken werd.
Psychiatrisch onderzoek wees uit dat verdachte leed aan een schizo-affectieve stoornis die zijn keuzes beïnvloedde, maar niet leidde tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid. De rechtbank volgde het advies om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 130 dagen gevangenisstraf, meer dan de eis van 117 dagen, mede vanwege de ernst van het feit en de persoon van verdachte. De rechtbank wees een voorwaardelijk strafdeel af en sprak over de niet-hervatting van een eerdere rechterlijke machtiging wegens verlopen geldigheidsduur.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 130 dagen gevangenisstraf voor opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen.