ECLI:NL:RBMNE:2014:412
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid drugslab Baarn niet bewezen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 5 februari 2014 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en het bezit van synthetische drugs (MDMA, PMMA) in Baarn. Verdachte werd aangehouden nadat een drugslab werd aangetroffen in een door hem gehuurde garage en loods.
Verdachte verklaarde dat hij deze ruimtes onderverhuurde aan zijn zoon en dat hij niet op de hoogte was van de drugslabactiviteiten. Deze verklaring werd bevestigd door getuigenverklaringen, waaronder van een inmiddels overleden medeverdachte. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij voorbereidingshandelingen of wetenschap had van de drugslabactiviteiten.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak. De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van verdachte dat zijn zoon iets opzette, mogelijk alcoholproductie, onvoldoende is om betrokkenheid aan te tonen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.
De tenlastelegging betrof het voorbereiden en aanwezig hebben van grote hoeveelheden MDMA en PMMA, alsmede het medeplegen van drugshandel. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij drugslabactiviteiten.