Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
€ 92.692,80. [3]
€ 30.000,-.
4.De beslissing
€ 30.000,-(dertigduizend euro);
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 juni 2014 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het Opiumwetverbod en diefstal. De officier van justitie vorderde een bedrag van €85.800 als wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepteelt. De verdediging betwistte dit bedrag en stelde dat de opbrengst lager moest worden vastgesteld vanwege investerings- en elektriciteitskosten.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het strafvonnis van dezelfde datum en het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hierbij werd uitgegaan van twee oogsten met een bruto opbrengst van ruim €92.000 en kosten van bijna €7.000. Elektriciteits- en knipkosten werden niet meegenomen omdat deze niet aannemelijk waren gemaakt. Uiteindelijk werd het netto voordeel berekend op €85.800.
De rechtbank stelde echter vast dat de hennepkwekerij niet alleen door de veroordeelde werd gedreven, maar door meerdere personen. Omdat de veroordeelde hierover geen openheid gaf, werd het aan haar toe te rekenen voordeel geschat op €30.000. De rechtbank legde haar daarom de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en wees de rest van de vordering af.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. M.A.E. Somsen, met mrs. P.P.C.M. Waarts en R.L.M. van Opstal als rechters.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €30.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de Staat.