Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 juni 2014 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het kweken van hennep, diefstal van elektriciteit en het bezit van verboden wapens en traangasbusjes. De zaak betrof feiten gepleegd tussen februari en juli 2011 in het arrondissement Utrecht.
Tijdens de zitting van 6 juni 2014 was verdachte niet verschenen, terwijl zijn raadsman zich niet uitdrukkelijk had gemachtigd om de verdediging te voeren. Uit het onderzoek bleek dat de oproeping voor deze zitting niet aan verdachte was betekend, wat een schending van het recht op een eerlijk proces inhoudt.
De rechtbank oordeelde daarom dat de oproeping nietig was en kon het proces niet voortzetten. Dit leidde tot een niet-ontvankelijkverklaring van de dagvaarding. De tenlastelegging betrof onder meer het kweken van ongeveer 501 hennepplanten, diefstal van elektriciteit van Stedin Netbeheer B.V., en het bezit van een ploertendoder, een nepvuurwapen en traangasbusjes.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig en de dagvaarding niet-ontvankelijk wegens niet-betekeningsfout.