Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
waarvan thans geoordeeld dient te worden dat sprake is van persoonlijke vooringenomenheid van mr. Van Rijssen jegens [verzoeker]. Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de bij [verzoeker] dienaangaande bestaande vrees dat mr. Van Rijssen jegens hem een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.