Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
[Ik voelde] opeens dat er iets of iemand achter aan mijn fiets zat. Toen ik vervolgens achterom keek om in mijn fietstas te kijken zag ik dat mijn rechter fietstas openstond. Ik zag dat mijn tasje niet meer in mijn fietstas zat. Toen ik verder naar achteren keek zag ik dat er een persoon, waarschijnlijk een man hard weg fietste in de richting van [plaats].”
verteltmij dat u mijn fietstas op de [adres] geopend had aangetroffen.”
t. Ik zag dat hij op een damesfiets reed en gekleed was in een zwarte jas en grijze joggingbroek. Ik herken de jas en de broek van [verdachte]. Ik heb hem
teen dame op een fiets met fietstas, over de rijbaan van de [adres] in de richting van het [adres]. Kort achter deze vrouw fiets [verdachte]. Hierbij zit hij rechtop op zijn fiets. Om 09:55:18 fietst [verdachte] over het trottoir voor de Kruidvat en kijkt hierbij naar binnen. Hij komt uit de richting van het [adres] en fietst in de richting van de Stad. Om 09:56:30 fietst [verdachte] op de rijbaan van de [adres] in de richting van het [adres]. Om 09:56:46 komt een dame met haar fiets op het trottoir voor de Kruidvat. Zij zet haar fiets recht voor de ingang van de winkel. Op de fiets zitten blauwe fietstassen. De dame haalt haar handtas uit de fietstas. Opmerking: Dit betreft de dame die later aangifte doet van diefstal van haar fietstassen. Om 09:56:53 komt [verdachte] over de rijbaan van de [adres] aanfietsen uit de richting van het [adres]. Hierbij kijkt hij in de richting van de dame. Om 09:56:59 loopt de dame de winkel van het Kruidvat binnen. Om 09:57:02 fiets
t[verdachte] het trottoir op en komt naar de ingang van het Kruidvat. Daar stapt hij af en gaat met zijn fiets naast de fiets van de dame staan. Om 09:57:08 kijkt hij even naar binnen en staat vervolgens met zijn rug richting de ingang van de winkel. Hierbij buigt hij iets voorover in de richting van de fiets van de dame. Hij staat ter hoogte van de fietstas. Te zien is dat de fiets van de dame even beweegt. Om 09:57:18 pakt hij zijn fiets en zet deze achter de fiets van de dame op slot en loopt buiten beeld richting de Stad. Om 09:58:22 komt [verdachte] aangelopen uit de richting van de Stad. Terwijl hij voor de Kruidvat loopt kijkt hij naar binnen en is hij bezig om handschoenen aan te trekken. Om 09:58:24 loopt naar de fiets van de dame. Hierbij kijkt hij nog een keer naar binnen. Buigt voorover en is bezig met de fietstassen van de dame. Om 09:58:30 is hij nog steeds bezig met de fietstassen van de dame en heeft hierbij iets in zijn handen. Niet te zien wat hij vast heeft. Hij buigt nogmaals voorover bij de fietstassen van de dame en rommelt aan de fietstassen. Een ouder
eman
dieuit de Kruidvat komt kijkt naar wat [verdachte] aan het doen is. Om 09:58:39 kijkt [verdachte] een paar keer om en gaat vervolgens door met de fietstassen van de dame. De oudere man loopt vervolgens weg. [verdachte] is aan de fietstassen van de dame aan het trekken en te zien is dat de fietstassen losgemaakt zijn. [verdachte] tilt de fietstassen op en legt deze vervolgens netjes neer op de fiets van de dame. Om 09:58:46 loopt [verdachte] naar zijn eigen fiets die nog steeds achter de fiets van de dame staat. Om 09:58:55 loopt [verdachte] met zijn fiets langs de fiets van de dame. Hierbij pakt hij klep van de linkerfietstas van de dame beet en doet deze open. Hierna loopt hij achteruit, draait om en loopt met zijn fiets uit beeld in de richting van de Stad. Op dat moment komt een man uit de richting van de stad aangelopen die omkijkt in de richting van [verdachte]. De man loopt door in de richting van het [adres]. Ik herken deze man als de getuige [getuige 2].”
- een (antraciet grijze) (winter)jas van het merk Armani Jeans;
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.De in beslag genomen goederen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
16 maanden;
maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;
[F]toe tot € 245,00 (zegge tweehonderdvijfenveertig euro), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 februari 2014;
[L]toe tot € 345,97 (zegge driehonderdvijfenveertig euro en zevenennegentig eurocent), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 maart 2014;
[M]toe tot
€ 343,55 (zegge driehonderddrieënveertig euro en vijfenvijftig eurocent), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 maart 2014;
[N]toe tot € 106,40 (zegge honderdzes euro en veertig eurocent), vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 maart 2014;
[K]niet ontvankelijk in de vordering;
[O]niet ontvankelijk in de vordering;
[P]niet ontvankelijk in de vordering;
[Q]niet ontvankelijk in de vordering;
[R]niet ontvankelijk in de vordering;
[S]niet ontvankelijk in de vordering;
[T]niet ontvankelijk in de vordering;