Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
LJN:BT6972).
3.De beslissing.
€ 15.942,42.
€ 15.942,42, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 januari 2014 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte wegens het telen van hennep. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €17.871,03, na aftrek van reeds betaalde elektriciteitskosten.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen voordeel had genoten omdat een eerdere hennepteelt was mislukt en dat gemaakte kosten zoals huur en investeringen hoger waren dan de opbrengsten. Ook werd betoogd dat het aantal planten bij de eerste teelt lager was dan vastgesteld en dat rekening gehouden moest worden met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn dat verdachte voordeel heeft genoten, ook uit eerdere teelten, en dat de aantallen planten en opbrengsten zoals vastgesteld door de politie en het rapport van Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) juist zijn. Kosten werden slechts gedeeltelijk in mindering gebracht, conform jurisprudentie, en de draagkrachtverweren werden verworpen.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het netto wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €15.942,42 en legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank legt aan verdachte de verplichting op tot betaling van €15.942,42 als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.