Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
De rechtbank is van oordeel dat op generlei wijze is gebleken of voldoende concreet gesteld dat de uitlatingen in de pers en in het boek “De Vastgoedfraude” zijn toe te rekenen aan het Openbaar Ministerie, zodat daarin geen basis voor dat vertrouwen kan worden gevonden. De brief van 18 april 2008, verzonden door officier van justitie mr. Zweers is naar het oordeel van de rechtbank onhandig geformuleerd (misschien zelfs wel feitelijk onjuist), maar een te honoreren vertrouwen dat niet verder vervolgd zou worden kan hieruit niet worden afgeleid. Van niet-ontvankelijkheid om deze redenen kan dan ook geen sprake zijn.
4.Waardering van het bewijs
BV had met betrekking tot deze betalingen van [bedrijf 1] BV op haar beurt een winstdelingsovereenkomst met [bedrijf 4] BV, een BV van [C]. [bedrijf 3] zond 75% van het door haar ontvangen bedrag door aan [bedrijf 4] BV, terwijl ook daartegenover geen aantoonbare of gebleken tegenprestatie of schuld bestond.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
10 (tien) maanden.