Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
[geboorteplaats] (Joegoslavie)op
[1989]
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
De raadsman heeft subsidiair betoogd dat er -ook indien de rechtbank niet tot bewijsuitsluiting overgaat- zowel voor het primair als subsidiair ten laste gelegde feit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, zodat verdachte ook dan moet worden vrijgesproken.
Deze bepaling uit het Wetboek van Strafvordering heeft uitsluitend betrekking op vormverzuimen in het voorbereidend strafrechtelijk onderzoek, dat wil zeggen het onderzoek dat voorafgaat aan het onderzoek ter terechtzitting (art. 132 Sv Pro). Daaronder zijn begrepen normschendingen bij de opsporing.
Het verweer faalt derhalve.