AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen handel in cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van handel in cocaïne gedurende de periode van 8 oktober 2010 tot en met 8 oktober 2013 en het bezit van 3,2 gram cocaïne op 8 oktober 2013. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van meerdere getuigen, de bekennende verklaring van verdachte, en aangetroffen lijsten met namen en telefoonnummers die duiden op een georganiseerde handel.
Verdachte heeft bekend het bezit van cocaïne op 8 oktober 2013, maar ontkende aanvankelijk de langere handelperiode. De rechtbank achtte echter op basis van getuigenverklaringen en andere bewijsmiddelen bewezen dat verdachte gedurende de gehele periode in cocaïne handelde, samen met anderen, waarbij sprake was van medeplegen. De handel werd georganiseerd via gedeelde telefoonnummers en winst werd gezamenlijk verdeeld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, waarbij bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en gedragsinterventies werden opgelegd. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsadvies. Daarnaast werden diverse voorwerpen en geld die verband hielden met de drugshandel verbeurd verklaard of aan het verkeer onttrokken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (registratienummer PL0960-2012149810, pagina 1 tot en met 518) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 65.
3.Het proces-verbaal Opiumwet, pagina 263 en 264.
4.Het rapport van het NFI, pagina 354.
5.De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2014.
6.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 65.
7.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2014.
8.De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2014.
9.Het relaas op pagina 258 en een kopie van de lijst op pagina 326 en 327.
10.Het verhoor van getuige [getuige 1], pagina 83.
11.De verklaring van [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris op 1 april 2014.
12.Het verhoor van getuige [getuige 1], pagina 81.
13.Het verhoor van getuige [getuige 2], pagina 114 en 115.
14.Het verhoor van getuige [getuige 2], pagina 116.
15.Het verhoor van getuige [getuige 3], pagina 168 en 169.
16.Het verhoor van getuige [getuige 4], pagina 426 en 427.
17.Het verhoor van getuige [getuige 4], pagina 428.
18.Het verhoor van getuige [getuige 5], pagina 434 en 435.