ECLI:NL:RBMNE:2014:1336
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf en opheffing bijzondere voorwaarden
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 januari 2014 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar. De veroordeelde had zich volgens de reclassering niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden die aan de proeftijd waren verbonden, waaronder meldingsplicht en ambulante behandeling.
Tijdens de zitting erkende de veroordeelde dat hij de bijzondere voorwaarden niet had nageleefd, maar gaf hij aan dat hij zich had gericht op werk op Texel en financiële beperkingen had om naar reclasseringslocaties te reizen. De reclasseringswerker bevestigde dat de veroordeelde vooruitgang had geboekt en dat de bijzondere voorwaarden, met name de behandelverplichting, geen meerwaarde meer hadden.
De officier van justitie wijzigde zijn vordering ter zitting en verzocht tot afwijzing. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zich positief ontwikkelde en dat het handhaven van de bijzondere voorwaarden niet zinvol was. De rechtbank wees daarom de vordering tot tenuitvoerlegging af, hief de bijzondere voorwaarden op en handhaafde de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich niet schuldig mag maken aan strafbare feiten gedurende de proeftijd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af en heft de bijzondere voorwaarden op, terwijl de algemene voorwaarden gehandhaafd blijven.