Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- [naam];
- mevrouw [A], schuldhulpverlener;
- mevrouw [Y], namens SVB.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een schuldenaar tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet. De schuldenaar had een aanbod gedaan aan haar schuldeisers, dat door alle schuldeisers behalve de Sociale Verzekeringsbank (SVB) was geaccepteerd. SVB weigerde in te stemmen vanwege een wettelijk verbod op medewerking aan minnelijke schuldregelingen bij terugvordering van kinderbijslag en oplegging van een boete.
De rechtbank overwoog dat het verzoek slechts kan worden toegewezen indien SVB niet in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij een belangenafweging tussen SVB, de schuldenaar en overige schuldeisers moet plaatsvinden. De rechtbank stelde vast dat het aangeboden akkoord financieel gunstiger is voor de schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarin geen uitkering aan schuldeisers te verwachten is.
Verder verwees de rechtbank naar een vergelijkbare uitspraak van de Hoge Raad uit 2010, waarin werd geoordeeld dat een dergelijk wettelijk verbod SVB niet kan vrijwaren van een dwangbevel tot instemming. Gezien de belangenafweging en het feit dat de vordering van SVB buiten de vijfjaarsperiode van goede trouw valt, concludeerde de rechtbank dat SVB in redelijkheid niet tot weigering kon komen en beval zij SVB tot instemming met het aanbod.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Sociale Verzekeringsbank om in te stemmen met het dwangakkoord-aanbod van de schuldenaar.