Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
of omstreeks09 november 1999 te Utrecht,
in elk geval in het arrondissement Utrecht,opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer] meermalen
, althans eenmaal, met een (of meer) mes(sen), althansmet een
(of meer)scherp
(e)en
/ofpuntig
(e)voorwerp
(en), gestoken en
/ofgesneden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld
en/of voorafgegaanvan enig strafbaar feit, te weten diefstal van (ongeveer) 500 gulden,
in elk geval enig geldbedrag,en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden
en/of gemakkelijk te maken.
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
doodslag, gevolgd en/of vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken;
een gevangenisstraf van 12 jaren;