Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de producties 1 tot en met 9 van [eiser],
- de mondelinge behandeling van 18 maart 2014,
- de pleitnota van 's Heeren Loo.
2.De feiten
te [plaatsnaam]en wordt daar door medewerkers van ’s Heeren Loo verzorgd.
1-2 (hierna aan te duiden als:[locatie A]).[locatie A]
over twee huiskamers. Per huiskamer is een begeleider aanwezig.
2.8. Medio 2012 is een nieuwe bewoner (hierna te noemen: medebewoner) tot de woongroep van [A] toegetreden. Deze medebewoner heeft [A] zes keer fysiek mishandeld. ’s Heeren Loo heeft vervolgens besloten om deze medebewoner tijdelijk op een crisisplek te huisvesten.
één van de andere woonlocaties van ’s Heeren Loo.
voor [A] zal worden opgesteld door het Centrum voor Consultatie en Expertise
(hierna te noemen: CCE).
DoelstellingHet vinden van een passende geïntegreerde en vooral veilige woonomgeving, waarbinnen intensieve zorg mogelijk is om [A] binnen alle aspecten van het dagelijks leven te begeleiden en zinvolle activiteiten te bieden.
(…)
ProfielOndersteuningsbehoefte: cliëntniveau
Hij is aangewezen op 24-uursbegeleiding binnen een context met vaste patronen en structuur, zodat terugkerende activiteiten en plekken herkenbaar voor hem zijn. Individuele aandacht is noodzakelijk, omdat [A] niet zelf in zijn sociale en communicatieve behoeften kan voorzien. [A] ondervindt last van omgevingsprikkels (vooral auditief): dit is niet altijd direct zichtbaar, hij lijkt er spanning mee op te bouwen, die hij ontlaadt middels probleemgedrag. [A] loopt uit drukke en lawaaiige situaties vaak weg. Als hij niet weg kan, raakt hij in paniek.
[A] is graag buiten en schommelt graag, een gesloten tuin is een pre, het geeft hem immers meer ruimte om zelf de nabijheid tot anderen te reguleren en in het gezicht van begeleiders te blijven.
(…).
[D], [E], [F]en [G], allen werkzaam bij
’s Heeren Loo, Dijkxhoorn en [eiser] en zijn echtgenote.
In het kader van deze bespreking is door ’s Heeren Loo aan [eiser] en zijn vrouw meegedeeld dat een geschikte woning voor [A] was gevonden, en wel op de [locatie C]te [plaatsnaam]. [eiser] heeft in het kader van deze bespreking te kennen gegeven dat hij betwijfelt of deze locatie geschikt is voor [A].
Het CCE heeft hierop het gevraagde woon/zorgprofiel laten opstellen door CCE-consulent mevrouw dr. Y. Dijkxhoorn. Zowel ouders als instelling konden zich in de inhoud van dit profiel goed vinden.
(de heer P.J. Barnhoorn) van mening dat de benodigde zorg in principe en onder voorwaarden geboden kan worden in de aangeboden woning in [plaatsnaam]. Een van de voorwaarden is dat ouders en instelling op een open manier en met wederzijds respect in gesprek kunnen blijven over de zorgen die de ouders hebben.”
3.Het geschil
a) wordt verboden om haar besluit tot overplaatsing van [A] naar [locatie C]uit te
voeren, althans wordt veroordeeld dit besluit op te schorten, dit op straffe van verbeurte
van een dwangsom,
b) wordt verboden [A] over te plaatsen naar een andere locactie totdat Dijkxhoorn, althans
CCE heeft vastgesteld, dat deze andere locatie voldoet aan het woonprofiel, dit op straffe
van verbeurte van een dwangsom,
c) wordt verboden om de medebewoner bij [A] in de woongroep te plaatsen, dit op straffe
van verbeurte van een dwangsom,
d) wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Er is geen dringende reden om [A] op dit moment over te plaatsen. Hij functioneert goed in de woongroep op[locatie A]. Afgesproken is dat hij daar tot zijn dertigste jaar zou mogen blijven. [eiser] kan zich echter op zichzelf erin vinden dat [A] al eerder wordt overgeplaatst, maar dan moet daarbij wel als uitgangspunt gelden dat hij wordt overgeplaatst naar een locatie:
- waar hij voor de rest van zijn leven kan verblijven,
- op het terrein waar [A] nu verblijft, namelijk het terrein te
[plaatsnaam]
- die voldoet aan het woonprofiel.
terugkeren. Zo is er geen mogelijkheid om op het terrein te fietsen, wandelen en
zwemmen, daarvoor zal moeten worden uitgeweken naar locaties buiten het terrein.
Dit levert echter een probleem op aangezien [A] volgens [eiser] zonder medicatie
niet in een busje kan worden vervoerd, hetgeen tot gevolg heeft dat [A] versufd zal raken.
- deze locatie niet voldoende ruimte aan [A] biedt om zelf de nabijheid tot mensen te
bepalen;
- niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat er altijd een begeleider binnen zicht/gehoor
dient te zijn;
- niet wordt voldaan aan de veiligheidsaspecten. Zo kunnen de slaapkamerdeur van [A] en
de buitendeur van het gebouw niet op slot, is er geen traphekje en kan het hek dat het
terrein omringt niet op slot.
[eiser] betwist dat Dijkxhoorn en Barnhoorn, zoals de e-mail van Padmos van
14 maart 2014 lijkt te suggereren, zouden hebben verklaard dat de [locatie C]aan het woonprofiel voldoet.
Verder voert [eiser] aan dat aan de voorwaarden waarnaar Padmos in haar e-mail van
14 maart 2014 verwijst niet is voldaan. Meer in het bijzonder is volgens hem niet voldaan aan de in deze e-mail expliciet genoemde voorwaarde dat de communicatie met de ouders goed moet zijn.
Het voorgaande maakt volgens [eiser] dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de tussen partijen gemaakte afspraken, althans van een onrechtmatige daad.
4.De beoordeling
a) de nieuwe locatie moet beantwoorden aan het woonprofiel van [A] zoals dat door het
CCE (Dijkxhoorn) is opgesteld,
b) het CCE zal onderzoeken welke locatie van ’s Heeren Loo voor [A] geschikt is,
c) wanneer het CCE aangeeft dat sprake is van een goede en passende locatie voor [A]
beide partijen ervan uit zullen gaan dat deze locatie geschikt is.
4.2. Dat partijen de afspraken zoals genoemd onder b en c zijn overeengekomen, valt op te maken uit de door ’s Heeren Loo overgelegde verslagen van besprekingen tussen partijen van 27 september 2013 (productie 8 van 's Heeren Loo),19 februari 2014 (productie 13 van 's Heeren Loo) en 28 februari 2014 (productie 14 van 's Heeren Loo), waarin is opgenomen “Er wordt overeengekomen dat als het CCE aangeeft dat de juiste woning voor [A] gevonden is, beide partijen hier "ja" tegen zullen zeggen”, en “Mevrouw [D] [werkzaam voor ’s Heeren Loo als Regiodirecteur Zuid-Holland Noord/Kind en Gezin, toevoeging voorzieningenrechter] geeft aan dat wij met elkaar afgesproken dat wanneer het CCE een goede passende locatie heeft gevonden wij hier allebei mee instemmen” respectievelijk "Mevrouw [E][werkzaam voor 's Heeren Loo als Regiodirecteur [plaatsnaam] toevoeging voorzieningenrechter] geeft aan dat in het gesprek met de heer
[H] [bestuurder van ’s Heeren Loo, toevoeging voorzieningenrechter] is afgesproken dat we een traject ingaan met het CCE en dat wanneer het CCE een passende locatie heeft gevonden we hier allebei “ja” tegen zouden zeggen”.
Uit genoemde gespreksverslagen is niet af te leiden, en ook overigens is niet gebleken, dat partijen zijn overeengekomen dat exclusief Dijkxhoorn bedoelde beoordeling namens het CCE zou doen.
14 maart 2014 valt op te maken dat het CCE deze mening niet zonder meer is toegedaan. Padmos stelt in deze e-mail dat het CCE in principe geen woningen goed- of afkeurt, en voorts neemt zij het standpunt in dat volgens zowel Barnhoorn als Dijkxhoorn de benodigde zorg “in principe en onder voorwaarden” op de [locatie C]kan worden geboden. De tekst van de e-mail wijst erop dat er volgens Barnhoorn en Dijkxhoorn aan meerdere voorwaarden moet worden voldaan, wil de [locatie C](te [plaatsnaam]) geschikt zijn voor [A]. In deze e-mail wordt echter maar één voorwaarde genoemd, namelijk de voorwaarde dat ouders en instelling op een open manier en met wederzijds respect in gesprek kunnen blijven over de zorgen die de ouders hebben. Het is onduidelijk welke andere voorwaarde of voorwaarden Barnhoorn en Dijkxhoorn (volgens Padmos) voor ogen hebben gehad. Partijen hebben de voorzieningenrechter hierover ook geen opheldering kunnen geven.
de [locatie C], met de voorzieningen en zorg die ’s Heeren Loo daarbij in het vooruitzicht stelt, geschikt is voor [A] in die zin dat deze locatie en de daarbij geboden voorzieningen en zorg voldoen aan het woonprofiel van [A].
Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat uit de e-mail van Padmos reeds voortvloeit dat de locatie niet voldoet, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat ouders en instelling op een open manier en met wederzijds respect in gesprek kunnen blijven over de zorgen die de ouders hebben, oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze voorwaarde niet is en/of niet kan worden vervuld, althans voor zover het de zijde van ’s Heeren Loo betreft.
gezamenlijk tot het CCE moeten wenden met het verzoek om aan hen een schriftelijk en gemotiveerd antwoord te geven op de volgende vragen:
- is de [locatie C], met inbegrip van de voorzieningen en zorg die ’s Heeren Loo daar
biedt of in het geval van overplaatsing van [A] in het vooruitzicht stelt (productie 12 van
’s Heeren Loo) volgens het CCE geschikt voor [A] in die zin dat deze locatie aan het
woonprofiel van [A] voldoet, en zo nee,
- valt deze locatie geschikt te maken voor [A], en zo ja, aan welke voorwaarden moet dan
worden voldaan, en binnen welke termijn zouden deze voorwaarden kunnen worden
gerealiseerd?
te beantwoorden.
Indien het CCE daartoe bereid is dan zullen partijen de schriftelijke reactie van het CCE zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op 11 april 2014 aan de voorzieningenrechter moeten verstrekken.
Indien het CCE daartoe niet bereid blijkt te zijn of geen uitsluitsel geeft, dan dienen partijen dit uiterlijk op 27 maart 2014 schriftelijk aan de voorzieningenrechter te berichten.
Tevens zal deze voortgezette behandeling worden benut om te bezien of partijen in onderling overleg tot een oplossing van hun geschil kunnen komen.
’s Heeren Loo wordt verboden om:
a) [A] over te plaatsen,
b) de medebewoner over te plaatsen naar[locatie A],
Aan deze verboden zullen de in de beslissing te noemen dwangsommen worden verbonden.
5.De beslissing
- is de [locatie C], met inbegrip van de voorzieningen en zorg die ’s Heeren Loo daar
biedt of in het geval van overplaatsing van [A] in het vooruitzicht stelt (productie 12 van
’s Heeren Loo) volgens het CCE geschikt voor [A] in die zin dat deze locatie aan het
woonprofiel van [A] voldoet, en zo nee,
- valt deze locatie geschikt te maken voor [A], en zo ja, aan welke voorwaarden moet dan
worden voldaan, en binnen welke termijn zouden deze voorwaarden kunnen worden
gerealiseerd?
uiterlijk op 11 april 2014de schriftelijke reactie van het CCE op de vragen zoals genoemd in 5.1. aan de voorzieningenrechter moeten verstrekken,
uiterlijk op 27 maart 2014schriftelijk aan de voorzieningenrechter moeten berichten,
uiterlijk op 27 maart 2014schriftelijk uit moeten laten over de kwalificaties waaraan de te benoemen deskundige volgens hen moet voldoen, eventuele (gemotiveerde) bezwaren tegen bepaalde deskundigen of, indien partijen het hierover eens mochten zijn, de persoon van de naar hun voorkeur te benoemen deskundige en diens of haar NAW-gegevens.