ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3457
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslaglegging advocaat niet nietig op grond van artikel 3:43 BW ondanks lopende procedure tussen cliënten en wederpartij
De zaak betreft een geschil tussen de Chileense vennootschap Chilean Lumber Company SA (CLC) en de Nederlandse besloten vennootschap Van As Advocatengroep BV (Van As). CLC had eindvonnissen verkregen tegen haar cliënten Arkans en diens directeur [A]. Van As had op basis van een verstekvonnis executoriaal beslag gelegd onder derden die ook al door CLC waren beslagen.
CLC stelde dat de opdracht tot beslaglegging door Van As nietig was op grond van artikel 3:43 BW Pro, omdat het beslag strekte tot verkrijging van goederen waarover een geding aanhangig was. De voorzieningenrechter overwoog dat de beslaglegging betrekking had op vorderingsrechten, die als goederen in de zin van het BW worden beschouwd.
Echter, omdat het geding tussen CLC en haar cliënten ging over de vorderingen van CLC zelf en niet over de vorderingsrechten waarop Van As beslag had gelegd, was niet voldaan aan het vereiste dat het beslag betrekking moest hebben op goederen waarover een geding aanhangig is. Daarom werd het beroep van CLC afgewezen en werd zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van CLC worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.